fbpx

Verhaal 21

Waar zijn papa en mama?

Rens wil zijn papa en mama!

Ik kijk op de klok in het klaslokaal. Nog vijf minuten en dan ben ik vrij van school. Jet komt mij ophalen. Sinds ik naar school ga, komt Jet iedere dag oppassen.

De bel gaat. Ik pak mijn Spiderman tas en zeg Nouri en Willem gedag. Jet zie ik al van een kilometer afstand op het schoolplein staan. Dat komt door de feloranje bril die ze op heeft.

Ik loop naar Jet toe. Eerst vond ik het niet leuk dat Jet zo vaak kwam. Als ik bij Nouri of Willem ga spelen, zijn hun moeders thuis. We krijgen dan een bekertje ranja en een koekje. Soms mogen we zelfs twee koekjes, of we pakken stiekem uit de trommel er eentje extra. De moeder van Nouri heeft dat nooit door, want daar zijn nog vier broertjes en zusjes.

Nu vind ik het fijn dat Jet komt. Papa en mama zijn veel weg. Papa is piloot. Een keer mocht ik mee kijken in de cock-pit. Dat vond ik supervet. Mijn vriendjes Nouri en Willem gingen toen ook mee. We hadden een koptelefoon op en vlogen naar Barcelona! Niet echt natuurlijk. Het was een spelletje.

Mijn mama kleedt allemaal beroemde mensen op televisie, zoals bij The Voice Of Holland. Ik heb ook veel kleding en schoenen. Ik draag het liefste mijn gympies, maar mama vindt dat ik ook andere schoenen moet dragen. Papa en mama zijn niet vaak thuis en daarom komt Jet.

‘Vandaag wil ik met jou spelletjes spelen,’ zeg ik tegen Jet.

Jet draait de sleutel in de voordeur. ‘Dat is goed. Zoek maar een spelletje uit, dan gaan we dat spelen.’

Ik loop naar de spelletjeskast. ‘Twister of Cluedo?’

Ik kan niet kiezen. Als ik niet weet wat ik moet kiezen, dan doe ik iene miene mutte. Jet heeft mij dat geleerd. Ik begin bij Twister en zing ‘iene’ en vervolgens ga ik naar Cluedo en spreek ‘miene’ uit. Zo ga ik met mijn rechter wijsvinger van links naar rechts; ‘Tien pond grutten. Tien Pond Kaas. Iene miene mutte is de baas.’ Het wordt Twister! Met de doos loop ik terug naar de speelhoek.

Jet is veel ouder dan mijn papa en mama. Ze is al wel 60 jaar. Ik kan dan ook makkelijk winnen bij sommige spelletjes. Bij papa en mama is dat een stuk moeilijker. Maar ja, die willen nooit met mij spelen.

Ik sta met mijn rechterhand op groen en mijn linkerbeen op blauw. Nu moet ik ook nog met mijn linkerhand op rood gaan staan. Had ik toch maar Cluedo gekozen. Ik strek mijn linkerarm. Jet doet hetzelfde. Het kost veel moeite. ‘Mijn armen doen pijn,’ zegt Jet. ‘Ik ben hier te oud voor, Rens.’

Jet krabbelt overeind en strekt zichzelf uit. ‘Dan heb ik gewonnen!’ Ik maak een vreugdedansje door de kamer.

‘Weet jij hoe laat mijn mama thuiskomt?’ vraag ik aan Jet.

‘Ik geloof rond etenstijd,’ antwoordt Jet.

‘O, dus vanavond eet ik niet met jou, maar met papa en mama’ vraag ik?

‘Ja. Dat klopt,’ antwoordt Jet.

Ik kijk op de klok. Het is al vijf uur. Meestal komen ze rond zes of soms zelfs pas om zeven uur thuis.

De bel gaat. Ik spring op uit mijn stoel en ren naar de voordeur. De boodschappen jongen van Picnic belt aan. De vorige keer heb ik aan hem gevraagd of ik mag helpen met het tillen van de boodschappen. Hij is het niet vergeten, want de kratten staan niet voor de deur.

‘Wacht even!’ roep ik naar Ralf. Even mijn schoenen aantrekken. Ik ren terug de kamer in en trek mijn gympies aan. Ze zitten eigenlijk niet goed. Het lijkt wel alsof ik ze verkeerd aan heb, maar dat geeft niet. Ik hoef alleen maar de boodschappen te tillen! En ik ben heel sterk. Ik heb net van Jet gewonnen met Twister.

Ik loop naar het rode wagentje. Ralf geeft mij een flinke tas. Ik kijk erin. Appels, sinaasappels en een pak melk. De tas is niet zwaar en met gemak til ik hem naar de keuken. Uit het keukenraam zwaai ik Ralf gedag. Eerst kwam Picnic maar een enkele keer, maar nu komen ze iedere week. Vroeger ging ik met mama weleens naar de Albert Heijn en dan vroeg ik of ik snoep mocht. Meestal mocht ik iets uitzoeken, maar nu hebben we nooit meer zure matten of lolly’s in huis.

Jet ruimt alle spullen op en ik ga boven spelen met mijn Pokémon kaarten.

Soms vind ik het wel jammer dat ik alleen ben. Nouri kan altijd spelen met zijn broertjes en zusjes, maar die heb ik niet. Ik heb papa en mama een keer ruzie horen maken. Ze dachten vast al dat ik sliep, maar dat was niet zo. Ze schreeuwden zo hard naar elkaar dat ik in mijn bed lag te trillen.

Mama wilde nog een baby maar papa wilde dat niet.

 

‘Joehoe Rens. We zijn thuis!’

Ik loop op mijn kousen naar de overloop en kijk naar beneden. Mama en papa staan met hun jas nog aan in de gang. Ik loop de trap af en geef mama een knuffel en papa een box. Jet heeft het eten al klaargemaakt. Boerenkoolstamppot met rookworst. Jet zet de dampende pannen op tafel. Ze pakt haar tas en gaat naar huis.

 

‘Is deze rookworst van de Hema?’ vraag ik. Mijn moeder schept een flinke lepel boerenkool op mijn bord.

‘Nee, Rens,’ antwoordt mijn vader. ‘Je weet toch dat we geen boodschappen meer doen in de stad?’ Terwijl hij dat zegt maakt papa een kuiltje in zijn boerenkool voor de jus.

Zwijgzaam proef ik van de rookworst. ‘Deze smaakt toch echt heel anders. Het is niet hetzelfde.’

‘Stel je niet zo aan Rens, en eet gewoon je bord leeg!’ buldert mijn vader. Ik doe op mijn lepel nog een stukje aardappel en eet extra langzaam.

 Na het eten ga ik naar boven. Papa en mama hoeven me niet meer te helpen met douchen. Dat kan ik allemaal zelf. Net als tandenpoetsen. Voor mijn negende verjaardag had ik een wekker gekregen en die gebruik ik ook voor tandenpoetsen. Papa zegt dat ik minimaal twee minuten mijn tanden moet poetsen. De wekker zet ik dan op cijfertje twee en dan weet ik dat ik lang genoeg poets.

 In mijn bed pak ik mijn dinosaurus. Mama opent mijn deur van de slaapkamer. ‘O je ligt er al in.’

‘Wil je nog een verhaaltje voorlezen van dino?’ vraag ik aan mijn moeder.

‘Vandaag niet,’ zegt mama. ‘Ik moet weer terug naar mijn werk.’

‘Jullie altijd met dat stomme werk!’ zeg ik en ik steek mijn  duim in mijn  mond.

‘Rens, je weet dat papa en mama heel hard moeten werken om jouw drumles, voetbal en Pokémon kaarten te kunnen kopen,’ antwoordt mama. ‘Morgen lees ik je echt voor, maar vandaag gaat het niet.’

‘Dat zei je laatst ook en toen moest je ook weer naar je werk,’ zeg ik.

‘Dat klopt. Ik doe echt mijn best, Rens, maar het is de laatste weken even druk,’ antwoordt mijn  moeder.

‘Je hoeft mij al niet meer voor te lezen. Ik vraag het morgen wel aan Jet, of aan Sanne als die mij naar drumles brengt.’

‘Heel goed. Het maakt toch niet uit wie je voorleest?’ zegt mama. ‘Niet verdrietig zijn hoor, Rens. Weet je wat. Dit weekend gaan we samen naar de Efteling!’

Ik glunder. ‘Gaat Papa dan met mij in Joris de Draak?’

‘Papa moet vliegen,’ antwoordt mama. ‘We gaan met zijn tweeën.’

Liefs,
Saskia

 

Wat vind je van mijn verhaal?

Ieder verhaal is geschreven vanuit mijn hart. Het is dan ook moeilijk om het de wijde wereld in te slingeren, want dan is het verhaal niet meer van mij alleen.

Als schrijfster denk je soms dat je een geweldig verhaal geschreven hebt. Als lezer kun je hier heel anders over denken. Ik vind contact met mijn lezers belangrijk. Als schrijfster word ik beter door heel veel te oefenen, maar ook door de reacties van jullie.

Ik beantwoord graag jouw vragen en/of reacties. Laat mij vooral weten wat je van mijn verhalen vindt.

Shopping cart
There are no products in the cart!
Continue shopping
0