fbpx

Verhaal 5

Gijs gaat dood

‘Schiet!’ roept Ward naar zijn beste vriend Gijs. ‘Wat is er met jou aan de hand? Voor jou is deze worp niet te missen!’

De bal ligt nu op het naastgelegen kerkhof. Ward pakt de hand van Gijs en zet zijn hand er tegenaan. ‘Klompenjatten heb je. Vorige week raakte je ook al geen enkele bal,’ foetert Ward.

‘Zo is het wel genoeg. Ik heb kanker, Ward. Ik ga DOOD!’

De basketbal wordt terug in het veld gegooid. De bal stuitert. Eerst hard en dan sterft het geluid langzaam weg. De bel gaat, ten teken dat de les weer gaat beginnen.

Ward is de drukste van de klas. Meerdere keren per week stuurt meester Frank hem het klaslokaal uit, maar vandaag niet. De kinderen uit groep acht van De Lotusbloem zitten kaarsrecht op hun stoel. De kinderen kijken naar het gezicht van de meester. Hij lacht niet en zijn ogen staan droevig.

Meester Frank roept Gijs naar voren. ‘Voor ik Gijs het woord geef, wil ik jullie vertellen dat wat je zo gaat horen, niet leuk is. Het is ontzettend dapper dat Gijs hier staat. Laat hem uitpraten en als je een vraag hebt, schrijf je dat in je schriftje. Straks zullen we alle vragen bespreken,’, vertelt de meester.

Gijs staat met zijn handen in zijn zakken. Zijn benen trillen een beetje. Hij haalt heel diep adem en dan begint hij te vertellen. ‘Toen ik laatst thuiskwam, vertelde ik mijn vader dat ik zo moe was. Hij zei dat het wel weer over zou gaan en dat het kwam omdat ik zo ben gegroeid. Een paar weken later had ik hoge koorts.’ Gijs pakt een  verfrommeld papieren zakdoekje uit zijn zak. Hij neemt een nieuwe hap lucht. ‘Toen Ward en ik gingen basketballen, lukte de bounce pass en de jump…’ Zijn stem hapert even. Hij snuit zijn neus. ‘Niet meer.’

Meester Frank gaat naast Gijs staan. Hij knijpt zachtjes in zijn bovenarm. De meester neemt het over. ‘Vorige week heeft Gijs gehoord, in het Prinses Maxima Centrum, dat hij leukemie heeft. Zijn bloed is ziek.’

 

Esther begint te snikken. Stoere jongens, zoals Ward en Max, friemelen aan hun trui. De kinderen durven Gijs niet aan te kijken. Meester Frank geeft Lotte het woord. ‘Toen mijn opa ziek werd, kreeg hij chemokuren. Dat kan bij jou toch ook?’ vraagt het meisje hoopvol.

Gijs voelt zich iets steviger op zijn benen staan. Hij loopt naar het digibord en begint te tekenen. ‘Alle bloedcellen worden in het beenmerg gemaakt. Dit zit in het binnenste van je botten. Ieder lichaam heeft miljarden bloedcellen.’ Gijs tekent heel veel rondjes op het bord. ‘In mijn lichaam gaat er iets niet goed met de celdeling. Er zijn teveel cellen die deukjes hebben en vervormd zijn. De cellen maken mij ziek. Ik heb kanker. De dokter zegt dat het bij mij al heel ver is, waardoor ze het wel willen proberen, maar niet weten of het gaat lukken.’

 

‘We blijven wel basketballen, hoor. Ik smokkel de bal gewoon mee naar het ziekenhuis!’ roept Ward door de klas. De andere kinderen reageren met een volmondige ‘JA.’

‘De beste basketballer van De Lotusbloem willen wij niet missen. Het toernooi over vier maanden gaan we winnen,’ reageert Max. De kinderen beginnen met hun vingers op de tafels te trommelen.

Ward mijmert in zichzelf. Het basketbaltoernooi is het hoogtepunt van het jaar. Vorig jaar mochten ze  ook meedoen, maar verloren ze van De Klimroos. Dit jaar kunnen ze revanche nemen en de grote beker winnen. Het is hun laatste kans. Gijs is onze ster. Zou hij nog mee kunnen spelen?

 

De weken daarna is de stoel van Gijs leeg. ‘Ha, daar hebben we Gijs,’ praat de meester tegen het digibord. Gijs zwaait. Zelfs van een afstand is te zien dat het iedere week slechter gaat. De klasgenoten zwaaien terug. De meester vertelt over het basketbaltoernooi dat volgende week begint.

Gijs moeder verschijnt in beeld. Ze maakt met haar handen een stopteken. Een paar seconden later is de verbinding verbroken. ‘Is Gijs bij ons toernooi?’ roept Max door het lokaal.

Meester Frank neemt een slokje van zijn lauwe koffie. ‘We weten niet zeker of Gijs het gaat halen. Hij is heel ziek. ‘

Ward hoort niet meer wat de andere klasgenoten vragen.

‘Natuurlijk ben ik nog bij het basketbaltoernooi. Jij past de bal naar mij en in de laatste seconden, maak ik een driepunter,’ zei Gijs een paar maanden geleden. Wat was er veel veranderd sinds Gijs in de klas vertelde dat hij kanker had. Nu ligt hij in een ziekenhuisbed. Zijn beste vriend gaat dood. Ward gluurt om zich heen. Als niemand kijkt, veegt hij de traan uit zijn linkerooghoek.

‘Yes. We zijn door!’ Ward omhelst zijn vriend Max. Morgen is de basketbalfinale. Zij staan in de finale tegen leerlingen van Het Talent.

‘De Klimroos is verslagen,’ vertelt Max tegen zijn maatje.

Ward gaat zitten op de gymbank. Hij trekt zijn veters los. ‘Ik hoop zo dat het lukt,’ zegt hij tegen Max.

‘Ik hoop het ook, maar wij gaan winnen. Voor Gijs,’ antwoordt Max en geeft zijn vriend een tikkie op zijn bovenbeen.

 

Ward kijkt naar de volle tribunes. Hij ziet zijn vader, moeder, de ouders van Max en kinderen van basisschool De Lotusbloem. Max trekt aan zijn arm. ‘Opletten! De warming up is al begonnen.’ Hij en past de basketbal naar Ward.

Max mist meerdere vrije worpen. Ward kijkt nogmaals naar de volgestroomde tribunes. Kinderen maken geluid met de uitgedeelde klappers. ‘Komt Gijs?’ roept Ward naar Max. Zijn vriend hoort het niet eens.

Meester Frank roept zijn team bij elkaar. ‘Hebben we er zin in?’

Flauwtjes reageren de vijf spelers met een ‘Ja.’

‘Dat klinkt niet overtuigend. Hebben we er zin in?’ praat de meester met meer volume.

De kinderen reageren niet. ‘Gijs is er niet,’ onderbreekt Ward de stilte.

‘Gijs is er wel. Of hij nu hier bij ons in de zaal of thuis is,’ antwoordt de meester. De begintune van de wedstrijd klinkt. Meester Frank geeft al zijn teamgenoten nog een high five. De scheidsrechter brengt de fluit naar zijn mond. De wedstrijd is begonnen.

 

De spelers van De Lotusbloem spelen slap. De passes komen niet aan. Pas na tien minuten scoort Max een driepunter. Het rustsignaal klinkt. Dertien – drie voor basisschool Het Talent. Ruim tien punten achterstand.

De meester deelt aan alle spelers een glaasje water uit. Op de tribunes lopen kinderen met chips en snoep terug naar de bankjes. Ward kijkt naar de oostkant. De nooduitgang van het gebouw gaat open. Er wordt een bed de zaal ingereden.

Het team rent naar Gijs toe. ‘We gaan voor je winnen,’ zegt Max. Gijs probeert zijn handen op elkaar te klappen. Geluidloos klapt hij. De pauze is ten einde.

 

De spelers van De Lotusbloem razen over het veld. Na iedere gescoorde goal van hun team, kijkt Ward naar het gezicht van Gijs. Hij balt zijn vuist.

Het is spannend. Vijftien – dertien, maar dan scoort Ward een tweepunter en is de stand gelijk. Nog een halve minuut op het scorebord. Max wordt geblokt en opnieuw staat het team op achterstand. Zeventien – vijftien. Meester Frank vraagt een time-out aan. Nog twintig seconden op de klok.

‘Wacht meester. Gijs wil iets zeggen,’ onderbreekt Ward zijn coach. Iedereen loopt naar het bed van hun zieke klasgenoot. De stem van Gijs klinkt krachtig als hij de volgende woorden uitspreekt tegen zijn teamgenoten. ‘Never. Never. Never. Never. Never. Never.’ Gijs haalt adem. Hij spreekt met nog meer kracht. ‘Never give up’ uit. Gijs geeft iedereen een boks.

Het fluitsignaal gaat. De woorden dreunen na in het hoofd van Ward. Max onderschept de bal van de tegenstander. Hij past naar Max. Ward kijkt naar de basket. Het is een verre afstand. Hij fluistert tegen de bal de woorden die zijn vriend tegen hem zei. Het lijkt minutenlang te duren. In de zaal is het stil. Iedereen kijkt naar de vliegende basketbal. De armen van Ward blijven in de lucht. Hij kijkt de bal na. Boem. Via het bord valt de bal in het net. Alle supporters van De Lotusbloem stormen het veld op. Een oorverdovend gejuich barst los.

Ward loopt naar de scheidsrechter. Met de bal in zijn hand loopt hij naar zijn vriend. Hij geeft de bal aan hem. De twee vrienden praten niet.

 

Zes dagen later is het stampvol in de zaal. Alle klasgenoten zitten naast elkaar. De vader van Gijs spreekt de menigte toe met de woorden van Gijs. ‘Als ik later dood ben, mag mijn as in een basketbal. Dan kunnen mijn vrienden nog met mij spelen.’

Dat waren de laatste woorden tijdens de uitvaart. Buiten vormen de klasgenoten een erehaag. De zwarte rouwauto rijdt stapvoets weg. De leerlingen klappen. Ward denkt aan de stem van zijn vriend. Op het laatst toen hij afscheid ging nemen, zei Gijs: ‘Wat je in je hart bewaart, raak je nooit meer kwijt.’

Ward mikt op de basket. De bal vliegt erin. Hij raapt de bal op. Hij geeft een tikkie op de bal.  Three points. Iedere dag speelt hij urenlang basketbal, samen met Gijs.

Liefs,
Saskia

 

Wat vind je van mijn verhaal?

Ieder verhaal is geschreven vanuit mijn hart. Het is dan ook moeilijk om het de wijde wereld in te slingeren, want dan is het verhaal niet meer van mij alleen.

Als schrijfster denk je soms dat je een geweldig verhaal geschreven hebt. Als lezer kun je hier heel anders over denken. Ik vind contact met mijn lezers belangrijk. Als schrijfster word ik beter door heel veel te oefenen, maar ook door de reacties van jullie.

Ik beantwoord graag jouw vragen en/of reacties. Laat mij vooral weten wat je van mijn verhalen vindt.

Shopping cart
There are no products in the cart!
Continue shopping
0