fbpx

Verhaal 23

De obstakel run van Sep en Lucas

Help jij je vriend in moeilijkheden? Lees snel het verhaal van de vrienden Sep en Lucas.

‘Wil je ook meedoen aan de gaafste obstacle run van Nederland? Geef je dan nu op!’ Sep laat Lucas de aankondiging zien van de Red Bull kidsrun. ‘We kunnen kiezen om anderhalve kilometer te lopen of drie kilometer,’ glundert Sep.

‘Weet je wel hoe zwaar dat is?’ reageert Lucas.

Sep springt van zijn stoel en laat zien hoe je de perfecte push-up maakt. ‘Drie kilometer is appeltje eitje.’ Vervolgens toont hij zijn spierballen.

‘Ik ben lang niet zo fit als jij. Kunnen we niet starten met ander halve kilometer?’

‘Nee joh. Dat is echt voor watjes. Je wilt toch niet bij de kneusjes horen?’

Lucas schudt nee. ‘Wat nou als ik de drie kilometer niet haal?’

‘Dat gebeurt niet. Als we samen meedoen, dan ga ik je helpen.’

Lucas is opgelucht. De twee schrijven zich in voor de race.

De zon brandt op  Lucas’ hoofd. Sep is een eindje verderop het parcours aan het bestuderen. Waar ben ik aan begonnen, denkt Lucas. Hij smeert zijn gezicht in met een dikke laag zonnebrandcrème.

Lucas denkt terug aan een paar weken geleden. Ze speelden als klas tegen hun leeftijdsgenoten van groep zeven b. Tijdens het spel De Vloer is Lava, beweerde Sep dat hij de grond niet had geraakt. Iedereen zag dat het wel zo was, maar Sep wilde het niet toegeven. Uiteindelijk greep juf Margot in.

Sep komt in volle sprint aangerend. ‘Unstoppable,’ zegt hij met een verbeten gezicht.

Lucas neemt nog een hapje van zijn energiereep. ‘Die heb je wel nodig hoor, want het wordt AFZIEN.’ Lucas loopt weg van zijn vriend. Hij gooit de verpakking van zijn reep in de prullenbak.

 

Het is druk bij de start. Lucas kijkt om zich heen. Kinderen met de nieuwste outfits. ‘Kom nou.’ Sep wil per se vooraan staan.

Lucas wurmt zich langs de andere deelnemers. Voor Sep is het niet moeilijk. Hij is slank. Lucas heeft een buikje en brede schouders. Terwijl Lucas worstelt om Sep niet uit het oog te verliezen, is het aftellen begonnen. Tien, negen, acht, zeven, zes, vijf, vier, drie, twee, eén. Pang!

Het startschot heeft geklonken. Lucas ligt meteen op de grond.

 

‘Opstaan Lucas! We hebben geen tijd te verliezen.’

Lucas kijkt naar de modder aan zijn handen. Sep sprint naar de eerste hindernis. Hijgend komt Lucas aangerend. ‘Zo laag mogelijk kruipen,’ commandeert Sep. Hij tijgert op zijn handen en voeten door het slijk. Sep geeft zijn vriend een bemoedigend klopje op zijn schouder. ‘De eerste hindernis volbracht.’

Lucas sjokt. ‘Doorlopen Lukie. Ik wil niet bij de losers horen.’

‘Moet ik hier echt overheen?’

Sep knikt. Er staat een blauwe muur met een breed touw voor hen. Lucas kijkt bewonderend naar een meisje dat behendig klautert over de obstakel. ‘Hoe dan?’ roept Lucas.

‘Ik help je wel.’ Lucas pakt het touw aan van zijn vriend. ‘Het enige dat jij moet doen is het touw niet loslaten.’ Sep geeft hem een flinke duw bij zijn kont. ‘Nu moet je doorlopen. Omhoog.’

Voetje voor voetje schuifelt Lucas hoger. ‘Ik durf niet!’ gilt Lucas naar beneden.

‘Niet kijken. Gewoon springen.’ Sep zit nu ook op de obstakel. Hij laat zien hoe het moet. Een paar seconden later staat hij met zijn voeten op de grond. Lucas blijft twijfelen. Het is zo hoog. Straks breek ik nog mijn enkel, denkt hij.

‘We hebben geen tijd te verliezen. Alleen de eerste honderd deelnemers krijgen een speciale medaille.’

Lucas sluit zijn ogen. In de tussentijd zijn al meer dan tien kinderen gepasseerd. Eerst laat hij zijn ene hand los en dan springt hij naar beneden.

Tijd om op adem te komen, is er niet. Het parcours is heuvelachtig. Aan de zijkant van zijn buik voelt hij een steek. Zijn moeder heeft hem geleerd dat hij dan beter kan wandelen. ‘Hé Lukie. Je bent toch geen slak?’ Sep zet zijn lichaam weer in beweging.

 

 

 

 

‘De eerste lopers zijn al gefinisht!’ galmt het door de luidsprekers.

‘O, daar gaat mijn goede tijd.’ Sep banjert door de ballenbak. Het gaat moeizaam. De bak is gevuld met water. Met zijn handen duwt hij de ballen weg. Waar is Lucas nou? Hij kijkt achterom. Spartelend komt Lukie boven water. Ouders staan aan de kant te klappen.

Sep richt zijn blik op de finish. Hij ziet kinderen genieten van een ijsje.  Ze hebben een grote gouden medaille. De twee lopen naar de laatste grote hindernis. Een stormbaan met een glijbaan, stootkussens in rood en geel. Lucas kan niet meer. Hij hijgt als een paard.

Wat moet ik nu doen? denkt Sep. Als ik wacht op Lucas, dan heb ik geen medaille. Ik heb het hem beloofd. Lucas wordt vast niet kwaad als ik doorren.

Hij kijkt naar zijn vriend die puffend door een gat kruipt. ‘Ik ze je bij de finish.’

Lucas hoort het niet. Sep vliegt over de stormbaan. Hij heeft nog zoveel energie. Ergens knaagt het wel dat hij nu doorrent, maar Lucas gaat ook zo langzaam.

Lucas is helemaal kapot. Hij zwalkt. Hij loopt als allerlaatste. De eerste hindernissen worden al opgeruimd. Bij de verzorgingspost, is geen bekertje water meer voor hem. Zijn lichaam doet zo zeer.

Sep staat bij de finish. Hij bekijkt zijn medaille. Hij is trots op zijn tijd, hij was als zestigste binnen. Toch nog binnen veertig minuten gefinisht!

Dan hoort hij de vrouwelijke stem uit de speaker: ‘Geef hem een groot applaus!’ Strompelend ziet Sep zijn vriend de laatste meters afleggen. Zijn hele gezicht zit onder de modder. Als Lucas over de streep komt, valt hij in het dorre gras.

Sep gaat naar zijn vriend toe. Trots laat hij zijn medaille aan zijn vriend zien. ‘Rot op met je medaille. We zouden deze Red Bull kidsrun samen doen!’ Het speeksel van Lucas spat in het gezicht van Sep. ‘Wat ben je nou voor een vriend? Lucas is zo boos dat hij zijn vriend nijdig een schop tegen zijn been geeft.

‘Eet wat minder, vetklep.’ Sep geeft zijn vriend een harde mep terug. ‘Je hebt een buik als een varken.’ De twee rollen door het gras.

‘Au!’ Lucas schreeuwt het uit van de pijn. Hij voelt aan zijn kaak. Op de achtergrond draait het nummer ‘We are the champions’. Lucas loopt weg. ‘Ik hoef jou nooit meer te zien.’

Sep zit alleen op zijn kamer. Normaal racet hij tegen Lucas. Nu speelt hij op de computer. Dat is lang niet zo leuk. De computer wint van hem. Van Lucas kan hij tenminste winnen. Op zijn bureau ligt de medaille. Iedere keer als hij naar de medaille kijkt, denkt hij aan de woorden van zijn vriend. Zou Lucas hem nooit meer willen zien? Dat kan toch niet na alles wat zij hebben meegemaakt. Lucas was er voor hem toen zijn ouders uit elkaar gingen.

 

Lucas kaak doet minder pijn. Eerst kon hij alleen maar eten door zijn boterham in de warme thee te soppen. Nu gaat het al stukken beter. Onder zijn bed liggen twee lege chipszakken. Jammer dat we nooit meer kunnen gamen, denkt hij. Ondanks dat Sep meestal wint, maken we wel veel lol.

Sep kan niet meer slapen. De woorden van Lucas malen door zijn hoofd. Hij denkt aan wat zijn oma altijd tegen hem zei; piekeren stopt niet. Pas als je erover praat.

Hij trekt zijn spijkerbroek en lievelingssweater aan. De voordeur sluit hij heel voorzichtig, zodat niemand wakker wordt. Hij belt aan bij Lucas. De hond Mickey blaft.

Gelukkig hij hoort voetstappen. De vader van Lucas verschijnt in de deuropening. Even blijft het stil. ‘Kom je nog naar binnen? Je weet de weg.’

Sep klopt op de deur van zijn vriend. Geen reactie. Hij klopt nog wat harder op de deur.

‘Hoi.’ Lucas doet de deur niet open. ‘Wat moet je?’

Sep gaat tegen de deur zitten. Zijn knieën opgetrokken. ‘Ik eh… was benieuwd hoe het met je gaat?’

‘Ik heb toch gezegd dat ik je nooit meer hoef te zien!’ snauwt Lucas. Sep hoort Lucas dartpijltjes werpen. ‘Jij zegt nooit sorry. Je bent zo egoïstisch. Je had het beloofd.’

Sep neemt een flinke hap lucht. ‘Je hebt gelijk. Ik wilde zo graag winnen.’

Het darten stopt. Lucas opent de deur op een kier. Hij ziet het verdrietige gezicht van Sep. ‘Ik wil gewoon weer met jou gamen. Je mag mij een flinke por geven als ik te competitief word.’

Lucas trekt de deur helemaal open.

Sep haalt een medaille uit zijn zak. ‘Een paar dagen terug heb ik de organisatie een mailtje gestuurd. Deze is voor jou.’ Hij drukt de medaille in Lucas zijn hand. ‘Sorry,’ stamelt Sep.

Vol ongeloof kijkt Lucas hem aan. ‘Welke game zullen we spelen?’

Sep lacht. ‘Jij mag kiezen.’

Liefs,
Saskia

 

Wat vind je van mijn verhaal?

Ieder verhaal is geschreven vanuit mijn hart. Het is dan ook moeilijk om het de wijde wereld in te slingeren, want dan is het verhaal niet meer van mij alleen.

Als schrijfster denk je soms dat je een geweldig verhaal geschreven hebt. Als lezer kun je hier heel anders over denken. Ik vind contact met mijn lezers belangrijk. Als schrijfster word ik beter door heel veel te oefenen, maar ook door de reacties van jullie.

Ik beantwoord graag jouw vragen en/of reacties. Laat mij vooral weten wat je van mijn verhalen vindt.

Shopping cart
There are no products in the cart!
Continue shopping
0