fbpx

Verhaal 10 
Dit verhaal is ook hier te luisteren op mijn podcast kanaal!

Zien Sara en Mies elkaar ooit nog terug?

Hoe zou het zijn als je je vriendin niet meer ziet, omdat het oorlog is? Dit verhaal raakt!

‘Er ist nicht da!’ hoor ik de buurvrouw aan overkant van de straat gillen. Mijn moeder houdt de kaars in haar hand. De vlam beeft en wordt iedere seconde kleiner. Ik kijk naar het silhouet van mijn vader. Hij legt zijn vinger op zijn mond. Het gebaar dat ik zo goed ken. Stil zijn.

De geur in de kelder verandert. Een witte walm kringelt mijn neusgaten binnen. Ik moet hoesten. Direct krijg ik een flinke por in mijn buik. Het benauwde gevoel in mijn keel wordt steeds heviger. Opnieuw ontsnapt een klein kuchje uit mijn mond. De ferme tik van mijn moeder brandt mijn ribbenkast binnen. De voetstappen komen steeds dichterbij. In mijn hoofd tel ik één, twee, drie, vier, vijf, zes…

De vorige keer stopte het bij zes. Nu niet.

Zeven, acht, negen, tien, elf…

Een doffe knal klinkt niet ver van onze schuilplaats. Mijn moeder legt haar hand op mijn been. Zachtjes wrijft ze over mijn vel. Het voelt koud en doods. De knallen volgen elkaar nu snel op. Het geluid van de voetstappen ebt langzaam weg. Zachtjes adem ik uit. Even zie ik niets. Een felle lichtstraal schijnt recht in mijn ogen. Greet heeft de kelderdeur geopend. Sinds een paar maanden is dit mijn nieuwe thuis. Mijn tiende verjaardag heb ik niet meer in ons eigen huis kunnen vieren.

Greet geeft mij een klein stukje brood. Ik kijk ernaar. Een dun laagje reuzel. Voorzichtig neem ik een hapje van het spijkerharde brood. Iedere keer als ik mijn kaken beweeg, schreeuwt mijn lichaam om meer. Na drie happen begint mijn buik hard te knorren. Uit mijn broekzak haal ik mijn gouden kettinkje. Het is het enige dat ik nog heb.

Ik sta op. Het duizelt in mijn hoofd. Mijn broek zit steeds losser om mijn heupen. Ik loop naar mijn beste vriendin Mies. Het speelgoed is somber. ‘Als de oorlog voorbij is, dan trakteer ik jou op nieuwe knikkers,’ zeg ik tegen Mies.

‘Ssssst.’ Mies wijst naar mijn vader en haar moeder Greet. Ze maken wilde gebaren. Af en toe kan ik een kreet opvangen. ‘Niet veilig. Jullie moeten weg’.

Ik kijk in het verdrietige gezicht van Mies. Even is het stil. Ik haal mijn gouden kettinkje uit mijn hand. ‘Open je hand,’ zeg ik tegen mijn vriendin. Ik leg het kettinkje in haar handpalm. ‘Bewaar het goed,’ fluister ik naar haar.

Mies sluit haar hand. ‘Ik moet het ergens bewaren waar niemand het kan vinden,’ zegt Mies.

‘Stop het in je teddybeer,’ antwoord ik. Mies staat op en pakt haar kleine teddybeer. De knuffel heeft geen oren meer. Greet heeft al vier keer het broekje van de beer genaaid. Mies legt de beer op zijn rug. In de rug van de knuffel zit een opening. Mies stopt het kettinkje in de beer en loopt naar haar moeder. Binnen enkele seconden is het kettinkje verstopt.

‘Na de oorlog zie ik jou weer terug,’ zeg ik tegen Mies. Ik zie dat zij kijkt naar mijn borst. Ik leg mijn hand op de ster en sla mijn ogen neer. Ik ga terug naar mijn schuilkelder, maar het verdrietige gezicht van Mies kan ik niet uit mijn hoofd zetten.

Mijn lippen en kaken bibberen onophoudelijk. De grond aan mijn rug is koud en mijn handen zijn paars. Ik probeer mijn ogen dicht te doen en niet te denken aan eten.

‘Sara,’ hoor ik mijn vader fluisteren in mijn oor. Ik zie dat mijn moeder een zak met eten krijgt van Greet. Ik geef Greet en Mies een kus op hun wang.

Achter mijn vader loop ik uren door het pikkedonker. Au! Het prikkeldraad snijdt dwars door mijn schoen. Het donkerrode bloed kleurt mijn hele voet. ‘Liggen,’ sist mijn vader. Ik ga zo plat mogelijk liggen in het hoge gras. Ik hoor het geluid van vliegtuigen. Dat liep net goed af, bedenk ik me als ik langzaam overeind kruip.

In de verte zie ik het langzaam licht worden. Midden tussen de bomen staat een boerderij. Af en toe moet ik even stoppen. Als ik voor de derde keer stop, pakt vader mijn hand en trekt mij mee. Vader tikt op het keukenraampje. Ik kijk om mij heen en zie in de vallei flinke rookwolken. Een vrouw gebaart dat we naar de zijkant van het huis moeten lopen. Een hele kleine opening bevindt zich tussen het huis en de heg. Ik ga op mijn buik liggen en volg mijn moeder door de smalle kier. Ik kom in een donkere ruimte waar het ruikt naar mannenzweet en vet haar. Ruim tien mensen zitten zwijgzaam naast elkaar. De vrouw geeft mij een kopje melk. Ik drink veel te gulzig en voel de warme vloeistof branden in mijn keel. Als het op is, val ik in een diepe slaap.

De weken na onze aankomst wordt het steeds drukker. In totaal zijn er ruim dertig Joden die hier schuilen. Het eten is karig. De man van de vrouw gaat iedere dag vissen in de sloot. De visjes worden gebakken op het petroleumstel. Mijn moeder helpt met het koken. Het eten smaakt iedere dag hetzelfde. Gronderig  en smaakloos. ’s Avonds luistert iedereen om acht uur naar de radio. ‘De eerste geallieerden rukken op naar Maastricht en Gulpen. Het einde van de oorlog is nabij.’ Voor het eerst in maanden verschijnt er een lachende trek om mijn vaders mond.

Niet snel daarna worden ook wij bevrijd. Ik loop samen met mijn ouders terug naar ons dorp. Boven ons zweeft een vliegtuig. Het bomluik gaat open en een witte parachute landt naast mijn voet. Ik roep mijn ouders en broer en samen peuzelen we binnen enkele seconden het witte brood helemaal op. Het smaakt naar cake. Zo zacht en romig. Mijn vader gebaart dat het tijd is om verder te gaan.

Tijdens het lopen komt niets mij bekend voor. In het hoge gras liggen lijken. Overal waar ik kijk, zie ik puin, scherven en kapotte daken. Ik raap een zespuntige gele ster op en lees het woord ‘Jood’. Hoeveel Joden zouden zijn gestorven? vraag ik mezelf af.

Mijn vader belt aan bij onze vroegere buren. ‘Afgevoerd naar Auschwitz,’ zegt de onbekende vrouw. Het is stil op straat. De lichte, groene fietsen van de Duitsers zijn verdwenen. Het is kil, alsof al het leven uit het dorp is verdwenen. Nog een paar straten en dan zie ik Mies weer, mijmer ik in gedachten.

Maar dan, tussen het puin op straat, valt mijn oog op een geel, pluche voorwerp. Ik ren over straat en zie dat het de teddybeer van Mies is. Ik pak de beer. Ik sluit mijn ogen en druk mijn neus in de buik van de knuffel. Een heel klein beetje ruik ik de bloemige en frisse geur van Mies.

Mijn moeder komt naar me toe en ik voel haar hand op mijn schouder. Ik leg mijn hoofd op haar borst en mijn ademhaling schokt. Kleine ademteugen wisselen elkaar af met flinke tranen. Na een paar minuten loop ik hand in hand met mijn moeder door de straten. De beer houd ik dicht tegen mijn lichaam aan. ‘Familie Barend heeft verschillende gezinnen opgevangen, waaronder jullie. Een paar weken terug zijn ze verraden,’ hoor ik een man die in het verzet zat, tegen mijn vader vertellen.

‘Is iedereen overleden?’ vraagt mijn moeder. De man knikt.

Zachtjes wrijf ik over de beer. Ik voel een tinteling in mijn arm. Ik pulk met mijn vinger het draadje los en met mijn duim voel ik het hartje aan het kettinkje. Uit mijn rechter ooghoek rolt een traan. Ik steek mijn hand nogmaals in de buik van de beer. Tussen mijn vingers voel ik het ritselen van papier. Vol weemoed kijk ik naar het handschrift van Mies en lees de zinnen op het vergeelde briefje.

‘Lieve Sara. Nadat je weg was, heb ik de beer opnieuw open gemaakt. Mochten we elkaar niet meer zien, dan hoop ik dat je dit briefje leest. Iedere avond praat ik tegen de beer. Ik zeg dan dat de dag dat ik jou weer kan omhelzen, steeds dichterbij komt. Ik mis je. Nu naai ik de beer snel weer dicht. Ik zal je nooit vergeten. Mies.’

Liefs,
Saskia

 

Wat vind je van mijn verhaal?

Ieder verhaal is geschreven vanuit mijn hart. Het is dan ook moeilijk om het de wijde wereld in te slingeren, want dan is het verhaal niet meer van mij alleen.

Als schrijfster denk je soms dat je een geweldig verhaal geschreven hebt. Als lezer kun je hier heel anders over denken. Ik vind contact met mijn lezers belangrijk. Als schrijfster word ik beter door heel veel te oefenen, maar ook door de reacties van jullie.

Ik beantwoord graag jouw vragen en/of reacties. Laat mij vooral weten wat je van mijn verhalen vindt.

Shopping cart
There are no products in the cart!
Continue shopping
0