fbpx

Verhaal 25

Dit verhaal is ook hier te luisteren op mijn podcast kanaal!

 

Verscheurd door oorlog

Hoe zou het zijn om te vluchten uit een ander land? 
Een verhaal dat vrede niet vanzelfsprekend is. Geschikt om met kerst voor te lezen.

‘Vandaag hoeven we niet naar school,’ zei Jonas tegen Majid in de kerstvakantie.

‘Mijn vader zegt dat school heel belangrijk is. Ik moet goed opletten. Anders krijg ik later als ik groot ben geen goede baan,’ antwoordde Majid en hij trapte de bal in de richting van Jonas.

Jonas rende achter de bal aan en stootte Majid aan. ’Twee weken geen school is juist leuk. Kunnen we lekker vaak voetballen,’ zei Jonas en hij schoot de bal keihard in het lege doel.

‘Ik wil liever naar school,’ antwoordde Majid.

Jonas keek Majid verbaasd aan. ‘Meen je dat nou?’

Majid staarde naar zijn schoenen. Hij pakte de bal op en ging op de rand van de stoep zitten. Jonas trok een sprintje en plofte naast zijn vriend neer. ‘In Syrië mocht ik van mijn moeder niet meer naar buiten. We hadden een hele grote tuin met olijfbomen, bloemen en struiken. Eerst voetbalde ik met mijn vader in de tuin. Later mocht ik alleen nog maar binnen blijven. Toen ik zes jaar was, zei mijn vader op een dag dat ik niet meer naar school mocht,’ vertelde Majid.

‘Waarom mocht je niet meer naar school?’ vroeg Jonas.

‘Het was niet veilig. Mijn vader ging ook niet meer naar zijn werk. Hij was kleermaker.’ Majid ging voor Jonas staan, zodat hij het resultaat goed kon zien. ‘Dit heeft mijn vader in Nederland voor mij gemaakt.’ Majid sprintte weg en ging weer voetballen. Hij pingelde naar de overkant van het veld en schoot de bal in het doel. Hij maakte een ereronde langs Jonas.

 

Jonas keek in de lucht en wees naar een vliegtuig. ‘Later word ik piloot. Ik word dan heel rijk,’ zei hij.

‘Het is helemaal niet leuk om piloot te zijn. In Syrië kroop ik onder tafel, omdat granaten en raketten werden afgevuurd. Op een dag hoorde ik dat mijn oom, die aan de overkant van de straat woonde, was overleden door een bom uit een vliegtuig. Toen vertelde mijn vader dat we in de nacht zouden vertrekken. Hij zei dat we in het pikkedonker zouden gaan lopen, omdat het overdag niet veilig was. Dan zouden we doodgeschoten kunnen worden, net als wat ze met een andere oom hadden gedaan.’ Majids stem werd steeds zachter. Hij speelde met een takje op de stoep.

‘Gingen je andere broertjes, zusjes en moeder ook mee?’ vroeg Jonas belangstellend.

Majid schudde van niet. ‘Mijn vader heeft alle spullen verkocht. Hij liet nog geld achter voor mijn moeder. Mijn lievelingsschoenen mocht ik niet aan. Ik moest mijn oude sandalen aan. We hadden niet genoeg geld voor de hele familie,’ vertelde Majid met zijn ogen dicht.

‘Zoiets heb ik weleens op het Jeugdjournaal gezien,’ antwoordde Jonas.

‘Wat is dat?’ vroeg Majid.

‘In het journaal vertellen ze allemaal dingen die in de wereld gebeuren. Hebben jullie dat in Syrië niet?’

Majid wist niet wat hij moest zeggen.

‘Ze zeggen dat mensen dan dagen moeten lopen en in een bootje naar Nederland komen,’ vertelde Jonas.

‘Eerst moest ik met mijn vader dagen lopen door het stoffige zand. We hadden geen water en eten. Een klein stukje op de route naar Turkije zat ik zelfs op een paard,’ vertelde Majid.

‘Turkije, daar ben ik deze zomer op vakantie geweest. Ze hadden daar wel drie grote glijbanen in het hotel waar ik verbleef. Dat je niet in Turkije bent gebleven,’ zei Jonas verbaasd.

‘In Turkije is het voor ons niet veilig, zei mijn vader. Het was niet leuk. Ik moest soms buiten slapen zonder dekens. Voor mij liepen andere kinderen. Ik kon er niet mee spelen, omdat mijn benen zo moe waren. Na heel veel dagen lopen zonder wc en geen douche, betaalde mijn vader geld aan een man. Het bleek dat we in Griekenland waren,’ vertelde Majid.

‘Daar ben ik nou nog nooit geweest. Daar zou ik later wel naartoe willen vliegen,’ antwoordde Jonas.

‘Weet je wel dat er duizenden kinderen in Griekenland in tentjes slapen, omdat ze nergens naartoe kunnen? Niemand wil hen helpen,’ zei Majid boos. Hij liep weg.

‘Wacht, Majid. Zo bedoelde ik het niet!’ zei Jonas en hij liep achter zijn vriend aan.

‘Met mijn vader stapte ik op een bootje. Samen met wel dertig andere mensen. Ik kreeg een zwemvest. De zee was heel mooi blauw. Ik had het nog nooit gezien. Maar toen was het bootje lek. Ik moest steeds het water uit mijn schoenen scheppen’, riep Majid naar Jonas. Jonas zag dat zijn vriend erg verdrietig was. ‘Al mijn vrienden in Syrië ben ik kwijt,’ vertelde Majid.

Jonas vond het heel erg om zijn vriend zo te zien en sloeg een arm om zijn schouder. Majid trok zijn arm weg. ‘Mijn moeder, broertjes en zusjes heb ik al achthonderd dagen niet meer gezien. In Syrië vierden we kerst met een hele grote boom. Stiekem snoepte ik uit de dennenboom een chocolaatje en liet ik de kerstballen door de kamer stuiteren,’ vertelde Majid terwijl hij zijn tranen uit zijn gezicht veegde. ‘Waar mijn moeder en broertjes en zusjes zijn, is het nu geen kerst. De huizen zijn niet versierd en er zijn geen koekjes, omdat mijn neef is gesneuveld of omdat familie op de vlucht is,’ vervolgde Majid zijn verhaal.

Verdoofd staarde Jonas voor zich uit. ‘Krijgen de kinderen dan ook geen cadeautjes?’ vroeg Jonas.

Majid werd boos. ‘Als het oorlog is, zijn er alleen bommen. Het maakt niet uit of het kerstmis of je verjaardag is,’ reageerde Majid. ‘Hoe zou jij je voelen als je familie in een land woont waar oorlog woedt?’

‘Verschrikkelijk’, zei Jonas beschaamd. ‘Misschien kunnen we de oorlog niet oplossen, maar kunnen we ook voor die kinderen een beetje kerst maken. Iedereen heeft vast wel speelgoed en potloden die wij hier kunnen missen,’ vervolgde Jonas.

Majids ogen waren rood, maar het huilen was nu gestopt. ‘Ik ga je helpen,’ zei Jonas fanatiek.

‘Wat ga je doen?’ vroeg Majid.

‘Kom mee,’ zei Jonas en hij trok zijn vriend mee aan zijn arm.

Jonas belde aan bij Renske en vertelde dat ze speelgoed inzamelden voor kinderen uit Syrië. Renske vond het een goed idee en gaf haar kleurpotloden aan Jonas. Renske wilde wel meehelpen en pakte een grote vuilniszak. De drie belden vervolgens aan bij Dirk. Hij heeft heel veel auto’s, maar wilde die niet weggeven.

‘Zie je wel dat we nooit een hele tas vol speelgoed krijgen?’ zei Majid tegen de anderen. Jonas reageerde geïrriteerd. ‘We zijn pas net begonnen.’

Het werd al donker en Majid moest terug naar het asielzoekerscentrum. ‘Fijne kerstvakantie,’ zei hij tegen zijn klasgenoten.

 

De volgende dag ging Jonas al vroeg op pad. Hij belde aan bij Renske en samen liepen ze door heel de wijk. Ze belden overal aan. Het was veel moeilijker dan gedacht om speelgoed te verzamelen.

Verdrietig liep Jonas naar huis. Hij plofte op de bank en zijn vader kwam naast hem zitten. ‘Majid zijn familie woont in Syrië. Kinderen hebben helemaal geen speelgoed, omdat het oorlog is,’ zei Jonas tegen zijn vader. ‘Samen met Renske heb ik geprobeerd om voor kinderen kerstcadeautjes in te zamelen, maar ik heb alleen nog maar potloden van Renske. Kun jij niet een verhaal schrijven over Majid en mij?’

‘Je weet dat ik als journalist geen persoonlijke dingen mag publiceren in de krant. Dat mag niet,’ antwoordde zijn vader.

‘Je wil me ook nooit helpen!’ en woedend smeet Jonas de deur van de woonkamer dicht.

 

Het was eerste kerstdag. Jonas keek door zijn raam. Overal zag hij rendieren, arrensleeën en kerstmannen die verlicht werden. Jonas dacht aan zijn vriend Majid. Hij keek in zijn slaapkamer en vond dat hij wel heel veel speelgoed had. ‘Als niemand speelgoed weg wil geven, dan doe ik het zelf wel,’ praatte hij tegen zichzelf. Hij vulde een hele vuilniszak vol met auto’s, Star Wars, dino’s en leesboeken.

Hij sloop het huis uit en liep naar het asielzoekerscentrum. Onderweg moest hij een paar keer stoppen, omdat de zak erg zwaar was. Puffend en hijgend kwam hij aan. Hij zag de vader van Majid en zwaaide naar hem. De poort werd open gedaan en Amjad begeleidde Jonas naar de kamer van Majid. De jongen zat op zijn bed. Op zijn kamer was geen speelgoed. De muren waren kaal.

Jonas wist helemaal niet dat zijn vriend niets had. Hij ging naast zijn vriend zitten en begon te vertellen. Jonas haalde steeds speelgoed uit zijn zak. Majid keek met grote ogen naar het speeltuig dat op zijn kamer stond. ‘Wow,’ zei Majid. ‘Het is nu kerstmis en het gaat niet meer lukken om het naar Syrië te sturen.’

‘Hier wonen toch ook veel Syrische kinderen?’ zei Jonas. Majid knikte. ‘Weet je wat? We laten al het speelgoed hier,’ zei Jonas.

‘Echt waar?’

Uit pure blijdschap omhelsde Majid zijn vriend. ‘Gisteren hebben we bericht gekregen van de Nederlandse overheid. Mijn broertjes, zusjes en mijn moeder komen voorlopig nog niet naar Nederland,’ zei Majid tegen Jonas.

‘Balen, man,’ reageerde Jonas.

Majid had tranen in zijn ogen. ‘Ik ben daarom extra blij met jouw speelgoed,’ antwoordde Majid. Zijn vader kwam de kamer binnen en het jongetje vloog op hem af. Jonas kreeg van Amjad een typisch Syrische kaasrolletje mee. Hij liep naar huis en proefde van het krokante bladerdeeg gevuld met kaas. Toen hij thuiskwam waren zijn ouders apetrots op hun zoon.

Na kerst stond er een heel stuk in de krant over de vriendschap van Jonas en Majid. Uit heel het land doneerden mensen speelgoed. Het werd bezorgd bij Jonas thuis. Op tien januari ging er een vliegtuig vol speelgoed naar Syrië. Later kreeg Majid bericht dat zijn broertjes en zusjes speelden met de nieuwe autootjes en poppen.

Liefs,
Saskia

 

Wat vind je van mijn verhaal?

Ieder verhaal is geschreven vanuit mijn hart. Het is dan ook moeilijk om het de wijde wereld in te slingeren, want dan is het verhaal niet meer van mij alleen.

Als schrijfster denk je soms dat je een geweldig verhaal geschreven hebt. Als lezer kun je hier heel anders over denken. Ik vind contact met mijn lezers belangrijk. Als schrijfster word ik beter door heel veel te oefenen, maar ook door de reacties van jullie.

Ik beantwoord graag jouw vragen en/of reacties. Laat mij vooral weten wat je van mijn verhalen vindt.

Shopping cart
There are no products in the cart!
Continue shopping
0