fbpx

Verhaal 43

Dit verhaal is ook hier te luisteren op mijn podcast kanaal!

 

 


Kinderarbeid

Lang geleden was er in Nederland sprake van kinderarbeid.
Lees er alles over in dit geschiedenis verhaal. 

´Krijg ik niet meer aardappelen?’ vraagt Hendrik aan zijn vader.

Het blijft stil aan tafel. Alle broers, zussen en moeder kijken naar vader Jan.

‘Je moest eens weten hoe hard ik hiervoor moet werken!’ buldert hij.

De kinderen eten hun avondeten geruisloos op. Na het eten ruimen ze alles af.

 

’s Avonds  ligt Hendrik in bed met een knorrende maag. Vader Jan komt de slaapkamer ingelopen. ‘Morgen ga je mee naar de fabriek.’

 

‘Ja, maar…. Ik heb morgen school.’

‘Vanaf nu is school verleden tijd. We kunnen het geld goed gebruiken.’

 

Het gezin Janssen heeft een tekort aan alles. Geen speelgoed, geen voedsel en geen kleren. Vader en moeder werken in de textielfabriek, in hun woonplaats Tilburg. Moeder staat de hele dag tussen de lappen stof, op zoek naar een gaatje dat gemaakt moet worden. Vader weegt ruwe wol. Het is zwaar werk.

 

Hendrik trekt zijn bretels strak. Zijn broek is te groot, maar er is geen geld voor nieuwe kleding.

Buiten regent het pijpenstelen. Hendrik loopt met zijn vader en moeder naar de fabriek. Als ze niet gaan werken, hebben ze vanavond geen eten.

 

Hendrik voelt dat zijn sokken nat zijn geworden. Vader opent de grote hal. Het is donker en druk. Hendrik ziet dat hij niet het enige kind is dat moet werken. Het ruikt naar wol en olie. Hendrik herkent de geur. De kleren van zijn vader ruiken ernaar.

 

Directeur Theo geeft Hendrik een hand. Niet veel later wordt hij aan het werk gezet.

In de fabriek klinkt het ritmische geluid van de spinnenwielen. Helemaal achterin is een plek vrij. Hendrik wordt ingewerkt door Kees.

 

De jongen buigt zich over het spinnenwiel. Hendrik ziet tientallen wollendraadjes. ‘Wat doe je?’ vraagt hij.

‘De draden moeten erop gezet worden. Dit doen kinderen, want wij hebben kleine handen.’

Kees legt precies uit hoe Hendrik het moet doen. Hendrik vraagt zich af wanneer hij mag stoppen. Hij doet al uren hetzelfde werk. Het werk is zwaar en maakt hem slaperig. De eerste dagen werkt hij wel tien uur, maar dat is volgens zijn vader heel normaal. Hij ziet zijn vader of moeder niet. Er is geen tijd voor pauze.

Hendrik mist zijn school. Hij verdient weinig geld. Ondanks het harde werk, blijft zijn maag knorren. Alleen op zaterdag is er een extra aardappel.

 

Op een dag valt hij achter het spinnenwiel in slaap. Gelukkig geeft Kees hem een flinke duw. Regelmatig krijgt Hendrik een standje van directeur Theo.

Hendrik vindt het oneerlijk. Kinderen uit rijke gezinnen hoeven niet te werken. Zij kunnen naar school en later dokter worden. Vader zegt dat dat niet voor hem is weggelegd.

Hendrik hoort soms verschrikkelijke verhalen in de fabriek, zoals die van Jet.

Jet is gisteren overleden. Het meisje deed gevaarlijk werk. Ze kroop onder machines om het gevallen katoen te verzamelen. Ze had niet goed geteld. Jet was te laat en kwam klem te zetten tussen de scherpe messen van de machines.

Bijna iedere week gebeurt er wel een ongeluk. Sommige kinderen missen hun vingers. Vakantie is er niet. Hendrik werkt steeds meer uren. De laatste dagen wel zestien uur!

 

Door het zware werk wordt vader Jan erg ziek. Rochelend ligt hij in zijn bed. Hij heeft hoge koorts.

Hendrik moet meer werken, want nu is er nog minder geld. ’s Avonds hoort Hendrik dat vader is overleden. Nu moet niet alleen hij, maar ook zijn broers Klaas en Johan werken in de fabriek.

Hendrik hoort steeds slechter. Hij begint doof te worden aan zijn rechteroor. Dat komt door het harde geluid in de fabriek. Het liefst zou Hendrik willen voetballen op straat. Hij zou ook willen leren lezen en schrijven, maar dat kan niet.

 

In de fabriek hoort Hendrik de volwassenen smoezen. Hij hoort zijn buurvrouw vertellen dat kinderarbeid verboden moet worden. Dokters zeggen dat het slecht is voor de gezondheid van kinderen.

 

Twee jaar later is Hendrik is tien jaar. Half slaperig loopt hij naar beneden.

‘Je hoeft niet meer naar de fabriek,’ zegt moeder glunderend.

 

De jongen wrijft het slaap uit zijn ogen. ‘Ik moet toch naar de fabriek?’

Moeder schudt haar hoofd.

‘In de Tweede Kamer heeft Samuel van Houten een wet ingediend. Kinderen onder de twaalf mogen niet meer in een fabriek werken.’

Langzaam dringt het tot Hendrik door. ‘Klaas, Johan en ik hoeven niet meer te werken!’ Hendrik lacht breeduit. ‘Mag ik dan naar school?’

De mondhoeken van zijn moeder krullen naar beneden. ‘Ik ben bang dat dat niet gaat.’

‘Wat heb ik er dan aan. Helemaal niets!’ Hendrik stormt de kamer uit. Hij schopt zijn voetbal tegen de muur. Keer op keer. Als zijn benen moe zijn, gaat hij naar bed. Zonder avondeten.

 

Een dag later is er niets veranderd. Hendrik zit weer achter het spinnenwiel. Het verschil is dat Hendrik officieel niet in dienst is. Dat doet de baas, omdat kinderen eigenlijk niet mogen werken. Dat mag niet volgens het Kinderwetje van Van Houten, maar er werken net zoveel kinderen als voor de wet. De overheid controleert niet.

Hendrik wordt ouder en daardoor mag hij ook zwaarder werk doen. Hij weegt nu wol.

 

Een paar jaar later waait het buiten stevig. Twee onbekende mannen in lange jassen lopen de fabriek binnen. Een harde knal volgt.

‘We zijn op zoek naar de directeur?’ vraagt de langste van de twee.

Hendrik brengt hen naar het kantoor.

 

De directeur kijkt niet blij. Niet veel later loopt hij tierend door de werkplaats. ‘Het waren controleurs. Je hoeft niet meer terug te komen!’ buldert directeur Theo naar Hendrik.

Hendrik huppelt naar huis. De fabriek heeft een boete gekregen, omdat er sprake is van kinderarbeid. Alle jongens en meisjes onder de twaalf mogen niet meer werken.

 

Na zeven uur ’s avonds komt zijn moeder thuis. Hendrik hoort de deur in het slot vallen. Hij rent naar de hal.

‘Moeder. Ik hoef niet meer naar de fabriek!’ zegt hij opgetogen.

Moeder omhelst haar zoon.

‘Kan ik nu naar school?’

‘Ik ben bang van niet. We hebben geld nodig.’

 

De broers van Hendrik gaan voor het eerst weer naar school. Hendrik wordt bakkersknecht. Hele dagen kneedt hij deeg en bakt hij broden. Hendrik is nooit meer naar school gegaan. Hij leert alles over gist en het maken van koekjes. Op een dag start hij zijn eigen bakkerij.

Hendrik trouwt en krijgt twee dochters. Zijn kinderen hoeven niet meer in een fabriek te werken. De Nederlandse regering vindt het onverantwoord. De leerplichtwet wordt ingevoerd. Kinderen tussen de zes en twaalf jaar moeten verplicht naar school.

Liefs,
Saskia

 

Wat vind je van mijn verhaal?

Ieder verhaal is geschreven vanuit mijn hart. Het is dan ook moeilijk om het de wijde wereld in te slingeren, want dan is het verhaal niet meer van mij alleen.

Als schrijfster denk je soms dat je een geweldig verhaal geschreven hebt. Als lezer kun je hier heel anders over denken. Ik vind contact met mijn lezers belangrijk. Als schrijfster word ik beter door heel veel te oefenen, maar ook door de reacties van jullie.

Ik beantwoord graag jouw vragen en/of reacties. Laat mij vooral weten wat je van mijn verhalen vindt.

Shopping cart
There are no products in the cart!
Continue shopping
0