fbpx

Verhaal 32
Dit verhaal is ook hier te luisteren op mijn podcast kanaal!

 

Het verzet in de Tweede Wereldoorlog

Tijdens de Tweede Wereldoorlog zaten Nederlandse vrouwen in het verzet. Zij boden weerstand tegen de Duitse bezetting. Lees hier het verhaal van Anna.

‘Halt!’

Anna kijkt in de ogen van een jonge Duitse militair. Zijn bruine ogen verraden dat het lachje dat Anna ziet, gemeen is. Direct laat ze haar fietsvergunning zien. De militair neemt het pasje van haar aan. Even blijft het stil. Hij kijkt naar Anna, komt dichterbij. Hij raakt met zijn linkerhand haar borst aan. Anna ademt zachter. Ze probeert haar gezicht in de plooi te houden. ‘Luge nicht. Wohin gehst du?’

‘Arbeit,’ antwoordt Anna.

Hij fluistert in haar oor: ‘Rad fahren weiter, junge dame.’ Hij geeft het pasje aan de jonge vrouw terug.

Anna fietst door de lege straten. De trappers piepen bij iedere omwenteling. Ze durft niet achterom te kijken. Het is half zes en het begint te schemeren. Haar tante zal wel denken waar ze blijft. De illegale krant, Het Parool, had al bezorgd moeten zijn.

Anna trapt door de miezer. Voor de zekerheid kiest ze een andere route dan normaal. Anna klopt drie keer op de deur. Het teken dat haar tante Mien en zij hebben afgesproken. De blauwe poort wordt opengedaan en haar tante trekt haar naar binnen.

‘Ik werd aangehouden door een Duitse militair,’ zegt Anna.

Mien gaat aan tafel zitten en steekt twee extra kaarsen aan. ‘Je bent er.’ Ze aait de hand van Anna. Op tafel legt Anna de valse persoonsbewijzen, zoals haar was gevraagd.

‘Goed werk, morgen om acht uur komt iedereen hiernaartoe. Zorg dat je erbij bent.’ Anna knikt.

De regen klettert steeds harder op de straat. Drijfnat stapt Anna haar huis binnen. Haar man Gerrit luistert naar radio Oranje. ‘Bericht van Kees aan Gerrit: “De fabriek stopt niet.’’

‘Wat betekent dat?’

‘We moeten doorgaan met het doorgeven van onderduikadressen en verspreiden van illegale kranten,’ antwoordt haar man.

‘Gerrit, het is hartstikke gevaarlijk. Ik ben zojuist aangehouden!’ reageert ze met veel emotie in haar stem.

‘We moeten slim zijn, mijn lief.’ Hij trekt Anna naar zich toe en drukt teder een kus op haar lippen.

 

‘Het materiaal is steeds schaarser. Rubber moet worden ingevoerd uit andere landen. Het achterwiel is van hout,’ zegt Gerrit.

‘Hoe kan ik hier nu op fietsen?’ Anna wijst naar het voorwiel.

‘Het kan niet anders. Ik heb het wieltje van een step gebruikt. Zo zullen de Duitsers deze fiets niet meer willen.’

 

Onwennig fietst Anna om kwart voor acht naar haar tante. De fiets veert niet mee. Iedere hobbel in het wegdek voelt ze. De andere vrouwen van het verzet zijn er ook. Tante Mien neemt het woord. ‘Familie Polak, De Leeuw en Meijer hebben met spoed een onderduikadres nodig.’ Ze kijkt Isabel lang aan.

‘Ik heb vorige week de familie Barend al in huis genomen. Ik kan geen extra mensen meer kwijt,’ reageert Isabel.

‘Ik vraag ook niet of je ze zelf opvangt. We moeten nieuwe onderduikadressen hebben, voordat deze families worden afgevoerd.’ Mien slaat met haar vuist op tafel. Het theekopje schudt. ‘We hebben geen tijd te verliezen. Als we voor morgen niets doen, zullen zij worden afgevoerd naar een vernietigingskamp.’

Jopie neemt het woord: ‘Ik kan de gezinnen wel onderbrengen, maar dan heb ik valse bonkaarten nodig. Anders kan ik hen te weinig eten bieden.’

‘Daar kan ik voor zorgen,’ antwoordt Anna.

Isabel wil de afspraken op papier zetten, maar Mien grijpt in. ‘Veel te gevaarlijk. Onthoud dat je niets op papier mag zetten. Houd je aan je plan en vertel niets,’ drukt Mien de vrouwen op het hart.

Anna loopt zenuwachtig door de kamer. Het is vijf uur en Gerrit is nog niet terug. De  stoom van de aardappels blaast in haar gezicht. Op dat moment komt Gerrit binnen. ‘Waarom duurde het zo lang?’ vraagt Anna.

‘Het wordt steeds moeilijker om bonkaarten te drukken. Papier is niet te verkrijgen,’ antwoordt hij met een zucht. Anna schept de borden vol. Sinds de oorlog geen vlees, maar meer groenten. Gerrit prikt in zijn sperzieboon. Hij kijkt zijn vrouw aan. ‘Nog even volhouden. Op radio Oranje wordt gezegd dat de Engelsen en Canadezen ons komen bevrijden.’

 

Anna passeert Isabel op de fiets. Wat is er veel veranderd, sinds de geboorte van het dochtertje van Isabel, twee jaar geleden. Toen lag het meisje nog in de kinderwagen. Nu wordt dezelfde wagen gebruikt om wapens in te vervoeren. De jas van Anna biedt geen bescherming tegen de kou. Ze fietst hetzelfde rondje als gisteren. Het aantal bonnen dat ze uit kan delen, wordt iedere dag minder.

Na afloop fietst ze door naar tante Mien. Het is al na acht uur en Isabel is nog steeds niet binnen. Het zal toch niet? denkt Anna. Ze durft haar gedachte niet uit te spreken.

‘De stroom wordt steeds vaker afgetapt,’ begint Mien te vertellen. ‘Het zal nog moeilijker worden om de valse persoonsbewijzen, bonnen en kranten te bezorgen. Gisteren hoorde ik dat een andere verzetsgroep is verraden.’

De dames reageren geschrokken. ‘Waar blijft Isabel?’ gooit Jopie de vraag in de groep. Niemand zegt iets.

Mien geeft iedereen de laatste instructies. ‘Wij gaan door!’ Na de ontmoeting fietst Anna terug naar huis. Het verzetswerk valt haar steeds zwaarder. Ploeterend trapt ze door de flinke tegenwind. Anna heeft haar jas nog niet uit of haar man praat haar bij over de laatste ontwikkelingen. ‘Isabel is opgepakt, aan de Keizersgracht. De families Levi, Barend en Cohen zijn direct meegenomen.’

De tranen rollen over Anna’s wangen. Ze wil de longen uit haar lijf schreeuwen, maar haar man houdt zijn hand op haar mond.

De volgende dag verzendt Gerrit via radio Oranje codetaal naar de andere verzetsleden: ‘’Alleen suiker in de thee.’’ Dit betekent dat Anna niet meer naar tante Mien gaat. Ook de andere verzetsleden komen niet meer bij elkaar. Ieder doet nu wat hij nog kan doen. Het is te gevaarlijk.

 

Het wordt grimmiger op straat. Joden zijn nergens meer welkom. De Duitsers patrouilleren iedere avond door de straten. Zij zingen Duitse liederen. In opdracht van Hitler wordt het verzetsstrijders steeds moeilijker gemaakt. Anna en Gerrit gaan door met het werk.

‘Polizei.’ Duitse officieren bonken op de deur bij Anna en Gerrit. De dag die Anna zo vreesde is aangebroken. Gerrit loopt naar de deur toe. De Duitse officier komt haar bekend voor. Het is de man die haar tegenhield met de fiets. Zijn collega doorzoekt inmiddels het huis. De officier pakt Gerrit bij zijn armen en voert hem onmiddellijk af.

‘GERRIT NEIN!’ schreeuwt Anna. Gerrit probeert zich te verzetten, maar het heeft geen zin. Hij wordt achterin een tank gegooid. Anna staart naar de ogen van de officier. ‘Du warst nicht fair,’ antwoordt hij. Het hele huis van Anna wordt overhoop gehaald. Anna antwoordt niet op de vragen die haar worden gesteld. De officier kan niet anders dan haar meenemen.

Een jaar later loopt tante Mien over De Dam. Nederland is bevrijd. Via Jopie hoorde ze dat haar nichtje Anna is afgevoerd naar Westerbork. In september 1944 is ze geëxecuteerd, net als haar man Gerrit. Mede dankzij het werk van de verzetsgroep zijn negentig Joodse gezinnen gered.

 

Liefs,
Saskia

 

Wat vind je van mijn verhaal?

Ieder verhaal is geschreven vanuit mijn hart. Het is dan ook moeilijk om het de wijde wereld in te slingeren, want dan is het verhaal niet meer van mij alleen.

Als schrijfster denk je soms dat je een geweldig verhaal geschreven hebt. Als lezer kun je hier heel anders over denken. Ik vind contact met mijn lezers belangrijk. Als schrijfster word ik beter door heel veel te oefenen, maar ook door de reacties van jullie.

Ik beantwoord graag jouw vragen en/of reacties. Laat mij vooral weten wat je van mijn verhalen vindt.

Shopping cart
There are no products in the cart!
Continue shopping
0