fbpx

Verhaal 11

Dit verhaal is ook hier te luisteren op mijn podcast kanaal!

 

Rembrandt de tovenaar?

Rembrandt van Rijn is een van de grootste Hollandse meesters. Kom meer te weten over zijn leven door het lezen van dit verhaal.

De gong galmt over het water. De jonge kunstenaar zet zijn hoed recht op zijn hoofd en loopt door de dichte mist naar de haven. De wind snijdt in zijn ogen, waardoor zijn ogen vochtig worden.

Hij loopt over de stenen boogbrug en passeert het pakhuis van de arts. In dit huis hangt sinds kort een schilderij van hem. Hij loopt er naartoe en gluurt door het raampje naar binnen.

‘Rembrandt.’

Met een ruk draait hij zich om. ‘Rembrandt, de tovenaar,’ zegt de arts en hij geeft de jonge kunstenaar een klap op zijn schouder. Hij maakt een buiging. ‘Wil je morgen een schilderij van mijn vrouw maken?’

De ogen van de jongeman beginnen te glunderen. ‘Ik ben net onderweg naar de haven. Mijn nieuwe kleuren zijn binnen. Laat je vrouw morgen maar komen. Ik moet nu gaan. Mijn nieuwe stenen ophalen,’ antwoordt hij opgewekt.

Met een jute zak vol spullen loopt hij terug naar zijn atelier. Onderweg opent hij langzaam het vaste koord. Hij sluit zijn ogen en haalt diep adem. De sterke, krachtige geur van het rode gesteente brandt zijn borstkas binnen. Op zijn bruine cape valt een regendruppel. Snel sluit hij zijn zak.

Hij steekt de Jodenbreestraat in, terwijl steeds meer hemelwater naar beneden dwarrelt op zijn gezicht en kleding. Hij stapt zijn atelier binnen. In de spiegel kijkt hij naar zichzelf en wrijft enkele lokken uit zijn gezicht.

Direct geeft hij de jutezak aan zijn leerling. ‘Ik wil dat je voor morgenvroeg nieuwe pigmenten maakt.’

‘Goed, meester.’ De leerling loopt naar zijn werktafel en haalt alle stenen uit de jutezak.

Rembrandt pakt een steen op en laat hem  zien aan zijn leerling. ‘Hier wil ik mee werken. Het gele oker uit Zuid-Frankrijk.’ Hij draait de steen rond in zijn hand. ‘Het kostte heel veel duiten.’

De leerling kijkt vol bewondering naar zijn meester. Hij pakt een nieuwe steen. ‘Weet je wat het is?’ vraagt hij.

De jongeman schudt dat hij het niet weet.

‘Azuriet. Een mineraal. Het komt uit het verre Hongarije. Hier kan ik helderblauwe luchten mee schilderen. Nog niemand schildert hiermee.’ Zijn ogen fonkelen van blijdschap.

‘Ik ga nieuwe penselen halen. Zorg dat je morgen met de vijzel en de stamper de nieuwe kleuren hebt gemengd met olie. De vrouw van de arts komt en ik wil vroeg beginnen,’ zegt Rembrandt. 

‘Ja meester,’ antwoordt de leerling.

Rembrandt loopt een rondje door zijn atelier en snuift de heerlijke verfgeuren op. Zijn handen beginnen te jeuken en hij pakt een dikke kwast. Voorzichtig doopt hij zijn penseel in de konijnenlijm. Met grote halen gaat hij over het witte doek.

De deur gaat open en zijn naam wordt geroepen. ‘Riep er iemand? ‘Ah je bent er al.’ Hij  legt zijn kwast op zijn schildersezel en loopt naar de jongedame toe.

De schilder vertelt precies hoe de vrouw mag gaan zitten. De kleding van de jongedame is eenvoudig. Hij gaat voor zijn doek staan en begint te schetsen. Hij kijkt goed naar zijn model en tekent het silhouet. De japon en haar borsten worden bedekt met een omgeslagen kraag. De vrouw tuit haar lippen, zoals hij het graag ziet. Na het tekenen komen de nieuwe kleuren tot leven. Het okergeel wordt gebruikt voor de kleur van de vloer en het rode oker voor de kozijnen. Hij pakt zijn paletmes om de verf om de lippen van het model op het doek te brengen. Na een paar uur is hij tevreden met het resultaat. De jongedame mag vertrekken.

De dagen daarna brengt hij nog kleine kleuraccenten aan in het schilderij. Een paar weken later overhandigt hij het zelfportret aan de arts en int hij de 200 gulden.

In het atelier wordt een enorme productie gedraaid. Hij geeft les aan leerlingen, maakt etsen en schildert portretten. De mensen komen uit Leiden, Haarlem naar Amsterdam om zich op doek vast te laten leggen. Op straat noemt iedereen hem ‘de tovenaar’. Iedereen aanbidt hem. Hij is een rijk man en koopt van zijn verdiende geld steeds duurder materiaal voor nieuw werk.

Op een dag begint hij landschappen te schilderen. ‘Kijk mijn nieuwe schilderij,’ zegt hij tegen de arts die zijn atelier bezoekt.

‘Het ziet er niet uit. Hier ga ik niet voor betalen,’ antwoordt de heer en hij verlaat het huis.

Rembrandt telt zijn geld. Van zijn laatste munten koopt hij een dun penseel en voegt deze toe aan zijn collectie. Hij loopt door de smalle straten en hoort de mensen achter zijn rug smoezen dat hij lelijke kunst maakt. Het raakt hem en zijn woede en boosheid verwerkt hij op het doek. De lucht schildert hij donker. Hij speelt met het licht in zijn schilderij door de huizen lichter te maken.

Vermoeid legt hij zijn kwast neer en kijkt naar de zon die buiten schijnt. Hij trekt zijn jas aan en zucht. Tientallen doeken. Geen enkele opdrachtgever. ‘Niemand koopt mijn kunst. Ik heb geld nodig,’ zegt hij tegen de man in het zwarte gewaad.

‘Je krijgt pas geld als je je leningen terugbetaalt. Ik verklaar je failliet,’ zegt de man.

De tovenaar blaast diep uit en zegt: ‘Ik heb geen geld meer.’

‘Je hebt teveel geld uitgegeven aan dure kleding en kunst. Ik geef morgen de opdracht om je uit het huis te zetten,’ zegt de heer. De man luistert niet naar wat hij wil zeggen en boos slaat hij zijn cape over zijn schouder. Een vlammetje van de kaars bij de voordeur dooft uit.

De volgende dag kijkt hij toe hoe alles uit zijn atelier wordt gehaald. Enkele penselen neemt hij mee naar zijn nieuwe woning. De jaren daarna blijft hij schilderen. Hij moet wel. De schuldeisers willen poen zien. Soms ruilt hij een schilderij om van de schuldeisers af te zijn. Andere keren betaalt hij enkele centen. Hij schildert nog drie laatste zelfportretten. Op 4 oktober 1669 blaast hij in zijn huis aan de Rozengracht te Amsterdam zijn laatste adem uit.

‘Honderden jaren later blijkt dat de tovenaar heel talentvol was. Een uitstekende schilder die zowel heel fijn en geconcentreerd kon schilderen als ook met klodders en grote streken. Zijn werken hangen over heel de wereld, maar de grootste collectie hangt in het Rijksmuseum. De naam van de kunstenaar, Rembrandt van Rijn. Eén van de beroemdste Nederlandse schilders allertijden,’ spreekt juffrouw Sandra de leerlingen van groep zes toe.

Liefs,
Saskia

 

Wat vind je van mijn verhaal?

Ieder verhaal is geschreven vanuit mijn hart. Het is dan ook moeilijk om het de wijde wereld in te slingeren, want dan is het verhaal niet meer van mij alleen.

Als schrijfster denk je soms dat je een geweldig verhaal geschreven hebt. Als lezer kun je hier heel anders over denken. Ik vind contact met mijn lezers belangrijk. Als schrijfster word ik beter door heel veel te oefenen, maar ook door de reacties van jullie.

Ik beantwoord graag jouw vragen en/of reacties. Laat mij vooral weten wat je van mijn verhalen vindt.

Shopping cart
There are no products in the cart!
Continue shopping
0