fbpx

Verhaal 9 
Dit verhaal is ook hier te luisteren op mijn podcast kanaal!

Teuntje Lekkerbek en de koekjesfabriek

De onweerstaanbare vrije geest van Teuntje Lekkerbek! Dit verhaal gun je ieder kind.

Aan de rand van de stad woont Teuntje Lekkerbek. Ze is negen jaar en woont samen met haar moeder. Teuntje heeft ook een vader. Eerst kroop hij hele dagen in de modder om mensen te redden in Indonesië. Nu is hij in de woestijn in Bahrein en loopt hij met een geweer. Dat weet Teuntje, omdat haar vader regelmatig een kaart stuurt.

Teuntjes moeder moet heel veel werken. Gelukkig kan ze heel veel zelf. Zo smeert Teuntje zelf haar boterhammen. Eigenlijk heet Teuntje met haar achternaam Kortekaas. Alleen lust ze helemaal geen kaas. Op een dag at haar moeder wel vier boterhammen met kaas. Teuntje vond het zo stinken dat zij een wasknijper pakte en die op haar neus zette. De zurige lucht drong zelfs  door de knijper heen.

Toen haar moeder eindelijk klaar was met eten, zette Teuntje de knijper af. In de keuken speelde zij eens met het brood. Met haar handen maakte ze allemaal kleine visjes in de boterham. Ze pakte de korsten op en smeerde een dikke laag stroop op de boterham. De visjes waren bedekt met de donkerbruine, bijna zwarte stroop. Teuntje liep naar de woonkamer en vertelde vol trots dat ze iets nieuws had uitgevonden. Ze had lekkerbekjesbrood ontwikkeld. Sindsdien noemt Teuntjes moeder haar Teuntje Lekkerbek.

 

Teuntje liep naar haar klas. Bij iedere stap maakten haar schoenen een piepend geluid. Ze ging zitten op haar plaats. Ze kreeg twee nieuwe kindjes in de klas. De juffrouw stelde Julia en Robbie voor aan alle kinderen.

Na school vroeg Teuntje of Julia en Robbie met haar wilden spelen. Voor de twee antwoord konden geven, trok Teuntje aan Julia’s arm en hobbelde Robbie achter de twee meiden aan. Teuntje liep voorop. Ze liepen door smalle steegjes en kropen onder prikkeldaad door.

‘Waar gaan we naartoe? Hier mogen we helemaal niet komen,’ zei Julia tegen Teuntje.

‘Jawel hoor Julia. Dit is de geluk koekjesfabriek JimJam. Iedere dag na schooltijd kom ik hier.’ Teuntje haalde JimJam koekjes uit haar zak en gaf er elk aan Robbie en Julia één.

‘Heb je deze uit de fabriek gestolen?’ vroeg Robbie, die nu eindelijk ook zijn mond open durfde te doen.

Teuntje dacht even na. ‘Nee. Op de band rollen heel veel koekjes en zolang ze niet in de winkel liggen, hoef ik er ook niet voor te betalen.’

Robbie keek Teuntje verbaasd aan en nam een hap. ‘Waarom heten deze koekjes gelukskoekjes?’ vroeg Julia aan Teuntje.

‘In China betekent geluk JimJam. In ieder koekje zit ook een briefje. Op dit papiertje staat dat Teuntje Lekkerbek iedere dag in de koekjesfabriek mag komen,’ vertelde het meisje.

‘Je liegt,’ zei Robbie.

‘Kom mee!’ Teuntje liep naar de achterkant van de fabriek. Ze trok de deur open.

 

Het water liep Julia in haar mond toen ze de zoete chocoladegeur rook die uit de fabriek kwam. Teuntje gaf Robbie en Julia een haarnetje, die de twee braaf droegen. Zelf hoef ik er geen op, want ik heb mijn haar al in geen week gewassen,’ zei Teuntje zelfverzekerd. ‘Kijk maar, hier staat het.’ Teuntje las de regels op het bord voor: ‘Alleen als je iedere dag je haar wast, moet je een haarnetje op.’

‘Het klopt niet,’ zei Robbie.

‘O, dan heeft meneer Ongeluk dat vorige week verkeerd tegen mij gezegd. Hij heeft de regels nog niet aangepast,’ antwoordde Teuntje en ze friemelde aan haar vlechtjes.

 

Binnen de bakstenenmuren van de fabriek was er veel lawaai, zo veel herrie maakten de machines. Een meterslange band liep als een doolhof door de fabriek. Teuntje zette kordate passen vooruit en Robbie en Julia keken hun ogen uit. Eerst kwamen ze langs allemaal kleine brokjes chocola, die in een grote bak belandden.

Teuntje ging over de reling van de bak hangen en likte met haar tong van de warme cacao. ‘Willen jullie ook wat?’ vroeg Teuntje, en Robbie en Julia gingen heel voorzichtig met hun vinger in de emmer.

‘Hmm,’ mompelde Robbie. De drie liepen weer door. Een stukje verder werd de chocolade in een mal geperst en werden ze gebakken tot koekjes. Teuntje ging steeds sneller lopen om de lopende band bij te houden.

Aan het eind van de band werden de gelukskoekjes ingepakt in zilver papier. ‘Ik heb vandaag mijn geluksdag, geloof ik,’ zei ze. Ze pakte een plastic tas uit haar broekzak en gooide de tientallen gelukskoekjes erin.

‘Daar heb je die gemene dondersteen weer!’ sprak een man op bulderende toon naar Teuntje. Robbie en Julia durfden niets te zeggen.

‘Dat klopt, maar op mijn gelukskoekje stond dat ik iedere dag in de fabriek mag komen.’  Teuntje pakte een gelukskoekje uit haar zak en las het kleine briefje voor. ‘Iedere keer als je dit leest, mag je langskomen in de fabriek en zoveel koekjes eten als je op kan,’ glunderde Teuntje.

‘Liegbeest. Ik heb toch gezegd dat ik jou hier niet meer wil zien,’ zei de man.

‘Robbie en Julia, dit is meneer Ongeluk. Ik noem hem zo, omdat hij iedere keer uitglijdt over de koekjes. Dat komt door zijn dikke pens en mollige benen,’ antwoordde Teuntje.

‘Brutale vlegel!’ schreeuwde meneer Ongeluk naar de onbeleefde Teuntje. Julia keek naar de grote pukkel op het midden van zijn gezicht.

‘Pak me dan als je kan!’ daagde Teuntje de man uit. Meneer Ongeluk kwam naar voren en Teuntje kroop door de dikke benen van meneer Ongeluk.

‘Drommels!’ schreeuwde hij. Robbie, Julia en Teuntje liepen zo hard als ze konden langs de vrouwen die de koekjes aan het inpakken waren.

Teuntje sloeg op haar dijen van het lachen. Ze gooide bij elke stap een JimJam uit haar zak. Meneer Ongeluk maakte een flinke buikschuiver over het koekjespad dat Teuntje had gemaakt. Hij krabbelde weer overeind en bij de deur drukte hij op de rode knop. Het alarm ging af en de lopende band werd stilgezet.

Meneer Ongeluk keek om zich heen en zag de twee witte vlechtjes van Teuntje op en neer dansen. Ze stond nu op de lopende band en gooide één voor één haar benen in de lucht. Meneer Ongeluk rende zo hard als hij kon. Teuntje keek achterom en zag dat de bolle wangen van meneer Ongeluk steeds roder werden. Ze had nu een flinke voorsprong op haar belager.

Teuntje kreeg een idee. Ze schepte uit de grote emmer een paar flinke klodders met chocolade. Het haarnetje van meneer Ongeluk viel voor zijn gezicht. Zwalkend liep hij door de fabriek. Nog een paar meter en dan was hij bij Teuntje. Het meisje stond al klaar en goot de warme vloeistof over de vloer. Een paar seconden later viel hij met zijn snufferd in de chocolade. Meneer Ongeluk lag te spartelen als een walvis.

Teuntje vond het fantastisch en likte met haar vinger nog maar eens van de bruine lekkernij. Ze keek toe hoe meneer Ongeluk met veel moeite overeind krabbelde. Hij probeerde zich vast te houden aan de lopende band. Teuntje sprong voor zijn neus. Meneer Ongeluk strekte zijn armen helemaal uit. Het meisje was veel te snel en meneer Ongeluk belandde met zijn bips opnieuw in de chocolade. De vloeistof spatte in het rond. De drie renden kriskras door de fabriek. Teuntje drukte de rode knop in en de fabriek kwam langzaam tot leven.

De drie liepen naar de uitgang en vielen hijgend in de bosjes, voor het geval dat meneer Ongeluk hen achterna zou komen. Teuntje opende haar zak en pakte voor ieder van hen een JimJam. Teuntje las het briefje voor dat in haar koekje zat. ‘Ik wens dat ik meneer Ongeluk nog veel vaker mag zien vallen, want dan eet ik de komende tijd nog veel meer gelukskoekjes.’

‘Dat is gemeen. Laat eens kijken, dat staat vast niet op jouw briefje,’ zei Julia tegen Teuntje.

Teuntje haalde haar schouders op en smikkelde van de vele JimJams. ‘Is het niet beter als we de koekjes terugbrengen naar meneer Ongeluk?’ stelde Robbie voor aan de anderen.

‘Nee joh. Denk je dat wij de enigen zijn die dit doen? Zie je daar al die kinderen lopen op straat? Alle kinderen doen dat,’ zei Teuntje.

‘Je jokt,’ zei Julia.

‘Klopt. Ik jok,’ antwoordde Teuntje verdrietig. ‘Ik vond het wel heel leuk dat jullie vandaag met mij wilden spelen,’ zei Teuntje.

‘Dat is zeker ook gejokt,’ zei Robbie.

‘Nee. Ik zweer het op de brieven van mijn vader uit Afghanistan dat ik niet heb gejokt,’ antwoordde Teuntje. Julia keek haar broer aan.

‘Wat een gek meisje,’ fluisterde Julia in Robbie zijn oor.

‘Bedankt allemaal!’ zwaaide Teuntje naar haar twee kameraden. Ze liep huppelend en fluitend naar huis.

Liefs,
Saskia

 

Wat vind je van mijn verhaal?

Ieder verhaal is geschreven vanuit mijn hart. Het is dan ook moeilijk om het de wijde wereld in te slingeren, want dan is het verhaal niet meer van mij alleen.

Als schrijfster denk je soms dat je een geweldig verhaal geschreven hebt. Als lezer kun je hier heel anders over denken. Ik vind contact met mijn lezers belangrijk. Als schrijfster word ik beter door heel veel te oefenen, maar ook door de reacties van jullie.

Ik beantwoord graag jouw vragen en/of reacties. Laat mij vooral weten wat je van mijn verhalen vindt.

Shopping cart
There are no products in the cart!
Continue shopping
0