fbpx

Verhaal 22

Samir redt de boerderij

Zal het Samir lukken om de boerderij te redden?

Samir schept met een hooihark het hooi uit de kruiwagen. ‘Oeps. Iets te veel hooi gepakt,’ praat Samir in zichzelf. Puffend en zuchtend loopt hij naar zijn lievelingskoe Clara. ‘Kijk eens Claartje. Vers hooi, omdat ik zo blij ben met jou.’ Samir aait Clara over zijn gevlekte snoet. Samir pakt wat gedroogd gras uit de voederbak met zijn rechterhand en houdt het bij Clara haar mond.

De tong van Clara gaat over de duim en handpalm van Samir, totdat de hand helemaal schoon is. ‘Zo ken ik je weer.’ Boer Leo komt naast Samir staan.

‘Likkebeest,’ zegt Samir. De tong van Clara gaat nu over het hele gezicht van zijn beste vriend.

‘Ze heeft jou gemist, Samir. Het zag er even heel slecht uit met haar, maar het is een sterk beesie,’ zegt boer Leo. De veehouder slaat nog maar eens even op de rug van Clara. ‘Al 50.000 liter melk gegeven. Net zo sterk als haar moeder,’ zegt boer Leo met een glimlach van oor tot oor.

In de stal zijn de andere koeien onrustig. ‘Rustig maar. Jullie komen vanzelf aan de beurt,’ spreekt Boer Leo de dames toe en hij loopt met twee grote hooibalen naar het jonge vee. Terwijl hij het hooi verdeelt zegt hij tegen Samir: ‘Wat denk je ervan, zullen wij zo een rondje op de tractor gaan scheuren?’

Daar hoeft Samir niet lang over na te denken. Hij laat zijn hooivork uit zijn handen vallen en rent naar de tractor aan het einde van de stal. Leo opent de cabine. Samir gaat direct op de stoel zitten en drukt allerlei knopjes in. Langzaam komt de tractor in beweging. Ze tuffen over het weiland.

‘Kijk, daar in de lucht vliegt een vogel.’ Boer Leo wijst met zijn wijsvinger.

‘Ik weet niet waar ik moet kijken. Ik zie in de lucht alleen maar blauwe plekken,’ antwoordt Samir.

‘Links van de donkere wolk.’ Hij is nu bij boer Jan in het land.’ Leo wijst nogmaals.

Samir pakt zijn verrekijker. ‘Ik zie hem. De vogel heeft lange stelten. Ik zie nog veel meer vogels bij Boer Jan,’ zegt Samir. Hij tuurt over het weiland. De tractor tuft over de landerijen van links naar rechts.

‘Het is een van de laatste keren dat je de vogels nog kunt zien,’ zucht Leo.

‘Hoezo?’ Samir stopt met kijken.

‘Boer Jan heeft zijn land verkocht. Er komen windmolens op.’

‘Maar maar waar gaan alle vogels dan naartoe?’ vraagt Samir.

‘Naar plekjes waar nog weiland is, zoals bij mij op het land. Alleen ik ga mijn land ook verkopen,’ praat de boer binnensmonds.

‘Waarom? Je hebt gezegd dat als ik later groot ben, ik boer mag worden. Clara geeft toch zoveel melk?’ Samir gaat op de tractorstoel staan. Hij kijkt boer Leo heel boos aan en hij plaatst zijn handen in zijn zij.

‘Ik verdien geen geld met de boerderij. Het levert te weinig op, Samir,’ antwoordt Leo.

Samir neemt een flinke hap lucht en net als hij boos wilt reageren, schrikt hij van de flinke donderknal. Samir gaat op zijn stoel zitten. Zijn armen slaat hij om de knieën en zijn handen houdt hij over zijn oren. ‘Allee.’ Boer Leo geeft een ferme tik op het stuur. ‘Doe nou wat ik zeg en breng ons naar huis,’ praat Leo tegen zijn groene vriend.

Een tweede ferme donderknal klinkt over het weiland. Samir kruipt nog verder in elkaar. ‘Goed zo, oude rakker,’ Leo geeft een bemoedigend klopje op het stuur van de tractor en aait Samir over zijn rug. ‘Wil je op mijn schoot zitten?’

Het hoofdje van Samir komt langzaam omhoog en hij knikt naar boer Leo. ‘Kom maar hier.’ De boer pakt Samir bij zijn middel en tilt hem op zijn schoot. Samen tuffen ze het land af op weg naar de stal. ‘Deze tractor heeft net als sommige vogels ook van die lange stelten.’

De regen maakt een hels kabaal, waardoor Samir heel hard moet schreeuwen. ‘ALLEEN DAN NIET ALS BENEN, MAAR ALS ARMEN!’

‘Welke armen?’ vraagt de boer.

Samir wijst naar het raam. ‘O, je bedoelt de ruitenwissers,’ lacht de boer.

Ze zijn bij de boerderij en boer Leo opent de cabine. Zo snel als hij kan rent Samir naar binnen. ‘Ik heb sop in mijn laarzen,’ zegt Samir terwijl boerin Franka een handdoek door het gezicht van het jongetje haalt.

‘Ga maar bij de houtkachel zitten.’

Samir drinkt met gulzige slokken van de warme chocolademelk. Hij opent de verpakking van de stroopwafel en doopt de caramelkoek langzaam in de slagroom. ‘Jullie mogen de boerderij niet verkopen,’ zegt Samir tegen Franka. Net iets te hard zet hij zijn mok met drinken op tafel, zodat de borden in de vitrinekast rinkelen.

Franka zucht. ‘We hebben al zo veel gedaan om meer inkomsten te krijgen, maar nu weten we het ook niet meer.’

Samir kijkt sip. ‘Het is wel de allerlekkerste chocolademelk die ik ooit heb geproefd.’

Dan beginnen de ogen van Samir te glunderen en hij rent langs de vitrinekast, trekt zijn natte laarzen aan en loopt naar de stal. Hij rent langs Clara, Beppie en Saartje, die genieten van de borstels over hun rug. Waar is boer Leo?

‘SAMIR, KOM NAAR BINNEN!’ roept Franka van een afstand. Samir draait zich om. ‘Waar is boer Leo?’

‘Boer Leo is de administratie aan het doen,’ zegt Franka.

 

Helemaal buiten adem komt Samir aangerend bij het kantoortje. ‘Ik weet hoe we de boerderij kunnen redden!’ Samir fluistert het hele plan in zijn oor.

Leo zucht. ‘Het is heel lief van je dat je mee wilt denken, maar ik geloof niet dat dit ons gaat helpen.’

Samir is teleurgesteld. ‘Als we het niet proberen, dan weten we het toch niet? Er ligt hartstikke veel ijs en alle kinderen houden van chocolademelk… Toe, alsjeblieft? Als het niet lukt, dan beloof ik dat ik alle stront van alle koeien iedere dag in de kruiwagen schep.’

‘Nee, Samir. Ik vind het geen goed plan.’

Samir loopt met zijn hoofd naar beneden naar de logeerkamer. Met zijn armen over elkaar zit hij op het bed. ‘Wat is er allemaal met mijn stoere Samir aan de hand?’ vraagt Franka.

‘Boer Leo vindt mijn plan stom,’ zegt Samir heel zachtjes.

‘Vertel eens, wat ben je van plan?’ vraagt Franka en ze gaat naast Samir op bed zitten.

‘Het is heel koud buiten en alle plassen zijn bevroren. Clara geeft genoeg melk. Als we haar melk nou eens gebruiken om chocolademelk van te maken en die verkopen bij de slootjes?’

‘Ik denk ook dat het niet zoveel geld zal opleveren, maar we kunnen het proberen,’ antwoordt Franka en ze wrijft over de rug van Samir.

De volgende morgen gaan Samir en boerin Franka al vroeg op pad. ‘Mag ik in het winkelwagentje?’

Franka lacht en Samir springt in het karretje. Franka heeft moeite om recht te sturen. Ze botsen tegen een pilaar met kruidnoten. ‘Oeps, dat ging niet helemaal goed,’ zegt Samir en Franka trekt de kar naar achteren. Er zijn twee zakjes kruidnoten in het karretje gevallen. Samir kijkt naar achteren, maar Franka heeft het te druk met het sturen van de kar. Hij opent een zak, pakt een kruidnootje en stopt het in zijn mond. Het speculaassnoepje gaat van links naar rechts door zijn mond.

Franka puft en steunt. Ze stuurt de kar naar rechts en rijdt een lang gangpad in. Samir slikt snel zijn zacht geworden kruidnootje door en roept: ‘Daar liggen de chocoladerepen!’ Hij wijst naar het linkerschap. Samir zwaait naar alle mensen, terwijl hij in het wagentje staat.

‘Stop!’ roept Samir en Franka stopt. Op ooghoogte ziet Samir de melkchocolade. Hij pakt zoveel repen als hij kan uit het schap en gooit deze in het winkelwagentje. De wagen komt steeds voller en Samir kan bijna niet meer in het karretje blijven staan.

‘Nu moet je er wel uit komen, want anders is het veel te zwaar om te duwen,’ puft Franka. Ze tilt hem eruit. Franka rijdt naar de kassa en de kassière scant alle repen chocolade die Franka en Samir op de lopende band hebben gelegd. Met meer dan tweehonderd repen gaan de twee met de auto terug naar huis.

Franka haalt de auto leeg en brengt de repen naar de keuken. ‘Ga jij de melk maar halen,’ zegt Franka.

Samir pakt een grote emmer uit de stal en tapt melk uit de grote tank op het erf. De melk klotst links en rechts over de randen. Onderweg moet hij een paar keer stoppen. Hij loopt continu heen en weer.

Franka is klaar met het leeghalen van de auto. Ze heeft alle wikkels papier van de chocolade eraf gehaald. ‘Hier is de melk,’ zegt Samir puffend terwijl hij de keuken komt binnengelopen.

Franka neemt de grote emmer van hem over. ‘Super, Samir.’ Franka geeft Samir als beloning een stukje chocolade.

‘Ik heb nog nooit zoveel chocolade gezien,’ zegt Samir, terwijl hij een hapje van zijn chocolade neemt. ‘hmm, lekker!’

Franka schenkt de melk bij de chocolade. ‘Hier mag je in de pan roeren.’

Samir pakt de pollepel aan en roert voorzichtig door de pan melk. Langzaam verandert de witte gloed in chocolademelk. ‘Jij mag als eerste ons brouwsel proeven,’ zegt Franka en ze zet twee mokken op het aanrecht. Franka schenkt een mok voor Samir vol met de dampende choco. Samir blaast en slurpt heel voorzichtig de vloeistof naar binnen. ‘Zo te zien vind je het lekker,’ want je hebt een hele snor.’

Samir knikt.

Franka kijkt op haar horloge. Het is bijna elf uur. Tijd om te gaan! De pannen, servetten, bekers en slagroom worden door Franka in de auto getild. Na vijf minuten zijn de twee aangekomen bij de grote plas in het dorp. Franka parkeert de auto tussen het hoge riet.

Samir opent het portier. ‘Koud! Brr,’ zegt hij.

‘Heb je je handschoenen meegenomen?’ vraagt Franka.

 Samir laat zijn koeienhandschoenen zien en trekt één voor één zijn warme beschermers aan. Franka is druk bezig met het uitruimen van de auto en het inrichten van de tafel. Samir rent heen en weer om het warm te krijgen.

‘Samir. We kunnen van start!’ roept Franka naar hem. Het jongetje loopt met zijn laarzen langs de sloot. Iedere voetstap knispert in de grond. Samir gaat naast Franka staan.

‘VERSE CHOCOLADEMELK!’ roept Samir. ‘TE KOOP VOOR TWEE EURO!’

Bij iedere schaatser die voorbij komt roept Samir harder en harder, maar er is niemand die de verse chocolademelk wilt. Franka kijkt op haar telefoon. ‘Het is al vier uur en nog steeds is er niemand geweest. Zullen we maar naar huis gaan? Het was een leuk idee van jou, maar het is niet gelukt.’

‘Ik wil niet naar huis, want dan gaan jullie de boerderij verkopen en dat wil ik niet!’ Mokkend helpt Samir met het opruimen van de servetten en bekers. Als alle spullen terug in de auto liggen, stopt er een mannelijke schaatser in een felrood pak.

‘Ik zag iets ritselen tussen het hoge gras,’ zegt de man tegen Samir.

‘Wilt u mijn chocolademelk proeven?’ vraagt Samir aan de schaatser.

‘Ja, heerlijk.’ Franka schenkt vanuit de auto een mok chocolademelk en geeft deze aan Samir. Het jongetje overhandigt hem aan de koper. De schaatser doet zijn handschoenen uit en warmt zijn handen aan het kopje.

‘Ik wilde zoveel mogelijk chocolademelk verkopen om de boerderij te redden, maar alleen u heeft er van genoten,’ praat Samir tegen de man.

‘Het is heerlijk, maar eerlijk gezegd komen hier niet zoveel schaatsers en tussen dat hoge gras zien we jullie helemaal niet. Waarom ga je morgen niet een kilometertje verderop staan? Daar is morgen een wedstrijd.’ De man wijst naar de overkant. ‘Daar is de start en finish,’ zegt de man terwijl hij slurpend zijn chocolademelk opdrinkt. ‘Alleen moet je dan wel een groot spandoek hebben met Koek en Zopie, anders weten de mensen niet dat jullie iets verkopen.’ De man geeft het jongetje een schouderklopje. Samir veegt zijn tranen van zijn gezicht en in gedachten broedt hij op een nieuw plan.

Die avond maakt Samir een groot spandoek. Franka schrijft met koeienletters ‘KOEK EN ZOPIE CHOCOLADEMELK TWEE EURO!’

De volgende morgen horen ze de vogels fluiten en rijden ze naar de plek die de schaatser had aangewezen. De twee hebben de spullen nog niet uitgepakt of de eerste schaatsers willen al wat drinken en een koek. Alle bezoekers smullen en het geldkistje raakt steeds voller.

‘Ik moet boer Leo bellen,’ zegt Franka. ‘We hebben meer melk en chocolade nodig.’

‘Wat zijn jullie allemaal aan het doen?’ Boer Leo weet niet wat hij ziet. De rij wordt langer en langer. Franka maakt extra chocolademelk en Samir geeft iedereen een stroopwafel.

Als ook alle extra melk op is, gaan de drie terug naar huis. Samir kan niet wachten om het geldkistje te tellen. In de huiskamer opent hij het kistje en telt het geld. ‘Driehonderd, driehonderdtwee, driehonderdzesenvijftig, driehonderdachtenvijftig… Vandaag hebben we driehonderdachtenvijftig euro verdiend!’ zegt Samir met een kleine verbazing in zijn stem.

‘Dit had ik nooit verwacht,’ zegt boer Leo, terwijl hij de stroopwafel nipt in zijn koffie.

‘We gaan hier gewoon mee door. Het is zo’n groot succes,’ zegt boerin Franka. Samir springt op uit zijn stoel en geeft Franka en Leo een high five.

De weken daarna verkopen ze bij iedere schaatswedstrijd honderden bekertjes met chocolademelk. Franka opent haar mobiel. ‘Moet je nou kijken.’ Boer Leo komt naast haar staan. ‘Ons bericht op Instagram wordt massaal gedeeld.’

De inkomsten van de boerderij stijgen iedere week en boer Leo kijkt niet meer als een zuurpruim. Hij fluit zelfs iedere dag als hij de koeien gaat melken.

 

Na drie maanden ligt er geen ijs meer. ‘Doe jij even open Samir!’ roept Franka vanuit de keuken.

‘Ja,’ antwoordt hij en opent de voordeur.

‘Ik wil graag chocolademelk kopen,’ zegt de man aan de deur.

‘Dat kan.’ Samir geeft hem een kopje.

De bel blijft maar rinkelen. Samir loopt zijn benen onder zijn lijf vandaan. De rij wordt steeds langer. ‘Wat doen al die mensen op het erf?’ vraagt boer Leo als hij de boerderij komt binnenlopen.

‘De mensen willen chocolademelk!’ roept Samir vanuit de gang.

Boer Leo loopt naar Franka in de keuken. ‘Dit gaat zo niet,’ zegt hij tegen zijn vrouw.

‘Wat gaat niet?’ stamelt zij.

‘We kunnen dit veel professioneler aanpakken. Schat, wat zou je ervan vinden als we een winkeltje gaan beginnen?’

Franka glundert. Ze omhelst haar man en geeft hem een kus. ‘Niet zo klef doen jullie. Ik heb chocolademelk nodig,’ zegt Samir.

‘We hebben heel goed nieuws, Samir.’ Franka vertelt het hele plan aan het jongetje.

Samir kan zijn geluk niet op. ‘De boerderij is gered!’

De weken daarna timmeren ze een klein houten schuurtje. Boerin Franka staat vijf dagen per week in de winkel. De chocolademelk is niet aan te slepen. Samir komt het winkeltje binnen gelopen met een nieuwe lading melk. ‘Daar hebben we onze redder.’ Franka geeft Samir een aai over zijn bol.

Liefs,
Saskia

 

Wat vind je van mijn verhaal?

Ieder verhaal is geschreven vanuit mijn hart. Het is dan ook moeilijk om het de wijde wereld in te slingeren, want dan is het verhaal niet meer van mij alleen.

Als schrijfster denk je soms dat je een geweldig verhaal geschreven hebt. Als lezer kun je hier heel anders over denken. Ik vind contact met mijn lezers belangrijk. Als schrijfster word ik beter door heel veel te oefenen, maar ook door de reacties van jullie.

Ik beantwoord graag jouw vragen en/of reacties. Laat mij vooral weten wat je van mijn verhalen vindt.

Shopping cart
There are no products in the cart!
Continue shopping
0