fbpx

Verhaal 31

Pegasus is ontsnapt!

 

Pegasus moet naar een andere stal, maar dan ontsnapt het paard. Komt Pegasus ooit nog terug?

Ik ben net klaar met paardrijles. De trainster, Marjolein, gaf mij steeds tips. ‘Je moet nu naar rechts’ en ‘let op je houding’.

Normaal luistert Pegasus heel goed, maar vandaag niet. Hij begon al te steigeren toen ik hem uit de stal haalde en later in de les deed hij dat nog twee keer. Het lukte me soms maar net om op het paard te blijven zitten.

Sinds gisteren heeft Pegasus een nieuwe Koninklijke stal. In gouden letters heeft opa zijn naam in de stal geschreven met daarachter een bliksemschicht. Pegasus is veel sneller dan alle andere paarden en dat mag iedereen weten! Hij vond het zo spannend om naar de koninklijke stal te gaan. Hij bleef maar bokken toen opa Tedje hem uit zijn vertrouwde omgeving haalde. De andere paarden, Frodo, Tepuckie en Vlekje hadden daar geen last van. Die waren heel rustig tijdens de verhuizing naar de nieuwe stal. Pegasus niet. Hij bleef maar hinniken.

 

Ik ben de komende dagen maar extra lief voor Pegasus en daarom begin ik met het borstelen van zijn vacht. Het lei-touw maak ik vast aan de ring in de stal. Ik pak een roskam, een speciale borstel om vuil en modder van het paard af te halen. De borstel zet ik op de nek van het paard en vervolgens doe ik zijn buik. Tegelijkertijd praat ik tegen Pegasus. ‘Ik snap dat je het allemaal spannend vindt. Je moet gewoon even wennen, maar deze stal is wel veel mooier. Nu heb je meer ruimte om te liggen en kun je zelfs op je buik rollen!’

Ik loop langs de achterkant van Pegasus en houd mijn rechterhand op het paard, terwijl ik met ronde bewegingen zijn staart borstel. ‘Je huid glanst helemaal! Zo ken ik je weer.’ Ik geef het paard een paar klopjes op zijn buik. ‘Braaf!’

Ik loop naar voren en haal een stukje wortel uit de voederbak. Ik houd mijn hand voor zijn hoofd en hij pakt het stukje wortel en peuzelt het in één keer op. ‘Nee Pegasus. Ik heb geen stukje wortel meer!’

Pegasus blijft met zijn tong aan mijn rechterhand likken. ‘Klaar nu.’ Ik trek mijn hand weg.

 

Het is tijd om naar huis te gaan. Het valt me op dat hij zijn oren naar achteren heeft en dat hij boos kijkt. Hoor ik dat nou goed? Opa Tedje roept dat het badtijd is. ‘Ja ja,’ roep ik terug. Snel loop ik zijn stal uit. Het is nu donker in de stal en ik zie niet of het slot goed dicht is. Ik loop naar het huis van opa. Ik vraag me af of Pegasus vannacht een beetje rustig zal zijn?

 

In de garage trek ik mijn laarzen uit en loop ik direct door naar de badkamer. In bad gooi ik extra veel sop. Ik trek mijn kleren uit en stap met mijn linkerbeen in het warme water. Het sop kietelt aan mijn been. Het water is warm. Ik wacht even tot mijn been gewend is en dan stap ik ook met rechts in het water. Langzaam laat ik mij zakken in het bad, totdat ook mijn billen nat zijn.

Ik zit net met de badeendjes te spelen als ik een hoop kabaal hoor. Het lijkt wel van buiten te komen, maar dan stormt oma de badkamer binnen. ‘Pegasus is ontsnapt!’

Ik spring uit bad en tientallen badeendjes liggen nu op de grond. Zo snel als ik kan pak ik een handdoek en dep het sop van mijn armen en voeten. Oma pakt mijn kleren en ik gris het T-shirt uit haar handen. Binnen enkele seconden heb ik mijn kleren aan en voel ik een natte plek op mijn kont. Ik volg oma de trap af. De voordeur gaat open en ik loop naar buiten.

Automatisch loop ik naar de oude stal. O nee… dat is verkeerd. Ik trek een sprintje en loop naar de koninklijke stal. Direct zie ik dat het hek van Pegasus wagenwijd openstaat. De andere paarden bokken en maken veel geluid, maar ik heb geen tijd voor hen. Ik moet weten waar Pegasus is! Ik zou niet weten wat ik zonder mijn maatje zou moeten.

Ik bijt op mijn lip om een traan tegen te houden. Wat nou als ik nooit meer op Pegasus kan rijden? Niet aan denken, spreek ik mezelf streng toe. Ik veeg de traan uit mijn ooghoek, draai me om en ren de stal uit. In het voorbijgaan schreeuw ik tegen oma dat ik Pegasus ga zoeken.

Ik steek de straat over en onderweg rollen allemaal sinaasappels mijn kant op. Eerst wil ik er n pakken, maar het zijn er erg veel. In de verte zie ik het bord van ons dorp; Broekkant, maar het bord hangt helemaal scheef. Uit alle straten komen kinderen en ouders de weg op gerend. Sommigen lopen met pannendeksels en roepen allemaal woorden die ik van mijn oma niet mag zeggen. Potverdriedubbeltjes en sapperdeflapper!

 

Ik loop over een brug en in de verte zie ik Pegasus staan. Ik passeer het politiebureau en zie dat de sirenes van de auto aangaan. Twee politieauto’s passeren mij. ‘Wacht!’ schreeuw ik naar de politieagent die uit het raam hangt. ‘Dat is mijn paard!’ Ik wijs naar Pegasus.

‘Stap maar in,’ zegt de agent. De politieauto stopt en ik mag op de schoot van de agent zitten. Onderweg passeren we bloemkolen, omgevallen kledingrekken en zie ik dat Pegasus plantenbakken omver heeft gegooid. Over heel de straat liggen rozen en omgevallen takken. Hij heeft flink gegaloppeerd door het dorp! Stiekem moet ik een beetje lachen om de actie van mijn paard.

Aan de rechterkant passeer ik de kerk. De auto slaat linksaf en ik zie het gemeentehuis. In de verte zie ik een grote vijver waar ik met opa weleens naar de ganzen ga kijken. Wat een hoop mensen zijn hier! Het lijkt wel alsof het hele dorp hiernaartoe is gelopen. Er staat een hele kring toeschouwers om de vijver. De auto stopt en de agent tilt mij uit de auto. De agent geeft mij toestemming dat ik naar mijn paard toe mag lopen.

Ik ga op mijn knieën zitten en wurm mij heel voorzichtig langs de dikke benen van de bakkersvrouw en de spillebenen van juffrouw Spriet. Ik hoor allemaal klikgeluiden van telefoons. Langzaam recht ik mijn rug en heel langzaam loop ik langs de dikke paardenstront naar Pegasus. De ganzen die ik met opa weleens zie, zijn er nu niet. Ik loop op mijn tenen. Om mij heen beginnen mensen te joelen en te schreeuwen, maar ik kan niet goed horen wat ze zeggen. Nog een paar stappen en dan ben ik bij Pegasus.

Mijn tong steekt uit mijn mond. Mijn longen vullen zich met verse lucht en ik hoef niet meer te hoesten. Ik denk na wat mijn lerares, Marjolein altijd zegt. Als een paard boos is, moet je heel voorzichtig zijn. Ik loop naar zijn hoofd en kijk in zijn kastanjebruine ogen. Even schudt hij met zijn hoofd, maar dan zie ik dat hij blij is om mij te zien. Ik geef hem een klap op zijn nek.

Achter mij hoor ik opeens een bekende stem. De politieagent tilt mij op en voor ik het weet zit ik op Pegasus. Voor ik ook maar iets kan zeggen tegen de agent, vertrekt Pegasus in galop.

 

Met zijn lange benen trapt Pegasus alle madeliefjes en margrietjes in het gras kapot. Ik geef Pegasus tikjes in zijn buik met mijn rechtervoet. Ik wil dat we stoppen. Au! Pegasus snijdt de bocht af en mijn linkerbeen raakt het prikkeldraad. Met alle kracht die ik heb, grijp ik Pegasus zo stevig mogelijk vast aan zijn halster. ‘Rechtdoor nu, Pegasus.. rechtdoor!’

In plaats van mijn aanwijzingen op te volgen, maak ik nu een derde rondje op de rotonde. Boink. Boink. Met mijn kont vlieg ik door de lucht en land ik keihard op Pegasus. Au. Het lijkt wel of ik vlieg, zo hard ga ik.

 

Het lijkt heel lang te duren, maar binnen een paar minuten ben ik weer terug op de manege. Pegasus gaat stapvoets en loopt naar zijn oude stal. Achter me hoor ik de sirene van de politiewagen. O dus dat wilde je graag…

Ik stap voorzichtig van Pegasus af. Mijn linkerbeen doet pijn en er stroomt bloed uit. Ik loop een beetje mank en volg het paard. Nog een paar passen en dan sta ik voor de oude stal. Achter mij hoor ik de deuren van de politiewagen dichtslaan en de agent komt naar me toe. ‘Pegasus wilde liever naar zijn oude stal,’ zeg ik tegen de agent.

‘Het lijkt me beter als hij daar blijft, want het paard heeft het hele dorp op stelten gezet,’ reageert de politieagent.

Ik moet nu heel hard lachen. ‘Het was wel een mooi avontuur,’ giechel ik naar de agent.

‘Daar denken de bloemist en de groenteboer heel anders over.’ De agent kijkt mij boos aan.

Ik open de oude stal van Pegasus en sluit de stal direct af. Als ik omkijk, zie ik dat mensen uit het dorp applaudisseren, behalve de groenteboer, agent en bloemist. ‘Morgen stuur ik de rekening!’ schreeuwt de groenteboer.

De agenten manen iedereen naar huis te gaan. In de drukte zie ik opa Tedje. Hij geeft mij een knipoog. Ik aai Pegasus. ‘Binnenkort komt er een nieuw paard in de koninklijke stal. Jij mag gewoon hier blijven.’

Het lijkt wel alsof het paard mij begrijpt, want zijn oren staan naar voren. Ik probeer te lachen, maar mijn been doet teveel pijn. Samen met de agent loop ik naar de keuken en krijg ik een verband op mijn onderbeen. Als ik naar boven loop, hoor ik de agent ruzie maken met mijn opa en oma over de schade, maar dat kan mij niets schelen. Pegasus is terug.

Liefs,
Saskia

 

Wat vind je van mijn verhaal?

Ieder verhaal is geschreven vanuit mijn hart. Het is dan ook moeilijk om het de wijde wereld in te slingeren, want dan is het verhaal niet meer van mij alleen.

Als schrijfster denk je soms dat je een geweldig verhaal geschreven hebt. Als lezer kun je hier heel anders over denken. Ik vind contact met mijn lezers belangrijk. Als schrijfster word ik beter door heel veel te oefenen, maar ook door de reacties van jullie.

Ik beantwoord graag jouw vragen en/of reacties. Laat mij vooral weten wat je van mijn verhalen vindt.

Shopping cart
There are no products in the cart!
Continue shopping
0