fbpx

Verhaal 18 
Dit verhaal is ook hier te luisteren op mijn podcast kanaal!

Opgesloten in het Ghost House 

Een heel spannend verhaal dat zich afspeelt op de kermis.

Vol spanning sta ik met de bal in mijn hand te wachten tot ik mag gooien. Naast mij zit Jelle, mijn beste vriend. Hij heeft net al twee potjes gewonnen. Het startmuziekje gaat af en ik hoor ‘EN GOOIEN MAAR.’

Het zweet breekt me uit. Ik probeer mijn rode bal in het goede gat te mikken. Het liefst in het gaatje met cijfer drie, zodat mijn kameel vooruit gaat. Mijn hartslag gaat tekeer. Ik vraag me af hoe Jelle dat iedere keer voor elkaar krijgt. Rollen terwijl je gespannen bent.

Ik rol, maar mijn bal eindigt in het eerste gat. Dat levert geen punten op. Vanuit mijn rechterooghoek kijk ik naar de kamelen. Mijn rode kameel bungelt achteraan. Jelles kameel is al bijna aan het einde. Ik moet hem inhalen. Papa zegt dat valsspelen geoorloofd is. Als je het maar stiekem doet.

Ik rol met twee ballen tegelijkertijd, maar in plaats van dat ze in het achterste gaatje gaan, botsen ze tegen elkaar. Nul punten. Net op het moment dat ik opnieuw wil rollen, klinkt de bel. Ik kijk naar de kamelen en voor de derde keer feliciteer ik Jelle. Ik snap niet wat hij hier zo leuk aan vindt. Ik kap ermee. Ik heb mijn ouders beloofd dat ik om zes uur thuis ben. Samen met mijn vader ga ik een voetbalwedstrijd van het Nederlands elftal op televisie  kijken. Nederland speelt vandaag tegen Frankrijk in De Kuip. Jelle kennende is hij voorlopig niet van plan om te stoppen met de kamelenrace. Ik tik hem op zijn schouders, maar hij reageert niet. Ik fluister in zijn oor dat ik nog in het spookhuis ga en dat hij zelf maar naar huis moet fietsen.

Ik loop naar de overkant van de straat. Achter mij hoor ik geschreeuw en gejoel van de Dizzy Mouse. Dat is een muizenachtbaan. Ik ben er wel twee keer in geweest, maar de prijs van een kaartje is zeven euro! Speciaal voor de kermis heb ik twee keer de auto gewassen van mijn vader. In totaal leverde mij dat maar tien euro op. Ruim vier uur was ik ermee bezig om de auto te laten blinken. In de achtbaan zat ik nog geen minuut. Zo lang gewerkt voor in totaal twee minuten plezier!

Het wordt donker en de kermisverlichting springt aan. Het spookhuis is nu goed te zien. Aan de buitenkant staan allemaal skeletten en doodshoofden die in het groen worden verlicht. Er is ook een aap met een bruin gewaad en een grote ijzeren ketting om zijn nek. Af en toe buldert hij. Ik kijk naar rechts en dan zie ik de overblijfselen van een menselijk lichaam opgeknoopt aan de galg. Er hangen alleen een paar losse beenderen aan en ik tel vier tanden.

Nog twee mensen zijn voor mij en dan ben ik aan de beurt. Eindelijk! Ik pak mijn portemonnee uit mijn rugzak. Het spookhuis kan mij niet eng genoeg zijn. Vorig jaar ging mijn zusje Sophie voor het eerst mee. Zij is pas acht jaar, echt nog een kind. Ik ben al groot, want ik ben al een brugpieper. Ik ging samen met Sophie in het Drakenhuis. Ik wist dat er een draak vuur spuwde op het eind aan de rechterkant. Ik liet Sophie expres rechts zitten. Ons karretje draaide en de draak spuwde precies in haar gezicht. Het duurde wel een uur voordat Sophie stopte met huilen. Dat heb je met zusjes. Papa vond het niet leuk wat ik had gedaan. Ik kreeg een maand huisarrest.

Er komt weer een nieuw karretje tevoorschijn. Ik neem plaats in een soort hyena. Aan de voorkant heeft hij fel rood doorlopen ogen en tanden waar kleine stukjes vanaf zijn. Ik treke beschermbeugel over mijn buik en langzaam komt mijn karretje in beweging. Ik rijd door een geblindeerd doek en dan is het pikkedonker. Ik kom in een vierkante ruimte en zie zilverachtige bliksem strepen op de muur.

Ik vind het nu toch een beetje spannend. Het is de eerste keer dat ik alleen in een attractie zit. Om mij heen hoor ik opzwepende muziek met een donkere klankkleur. Het lijkt een soort echo. ‘WHAAA!’

Die zag ik niet aankomen. Aan mijn linkerkant hangt er een dood konijn gevild aan de muur. Zijn buik is helderrood gekleurd van het bloed dat uit zijn bek loopt.

 Net van de schrik bekomen rijden we nu wat harder. De muziek wordt luider. Ik hoor het knisperen van een groot kolenvuur. Ik word onrustig en schuif van rechts naar links op mijn bankje. Eerst zie ik een skelet in een kooi. Het moet nu niet enger worden. Het is veel beangstigender dan vorig jaar met Sophie.

Er ontstaat een brok in mijn keel. Het wordt nu nog wat donkerder. Ik zie helemaal niets meer, behalve de kleine groene lampjes voor het bordje van de nooduitgang. Uit mijn keel ontsnapt opeens een hoge gil. Uit een kast komt een doodshoofd met felle lichten. Het is helemaal wit met bij zijn neus en rondom zijn ogen zwarte accenten. Ik schrik vooral van de lugubere tanden. Iedere tand is donkergeel met een rode aanslag.

Ik ben opgelucht. ‘Rustig blijven,’ zeg ik tegen mezelf. Heel langzaam ga ik weer vooruit. Ik zou het niet erg vinden als de attractie bijna ten einde is. Mijn handen zweten en ik voel twee natte kringen onder mijn t-shirt ontstaan. Recht voor me doemt opeens een fel licht op. Ik zie een man zonder armen en benen in een kooi. De overgebleven stompjes zijn afgestorven zwart. Hij roept: ‘WHAAAAA!’

Is het normaal dat ik hier nu al tien seconden naar kijk? Ik kijk om mij heen, maar ik zie niets, want het is zo donker als in de nacht. Ik kan alleen maar kijken naar de lugubere stompjes van de man in de kooi. Waarom gaat mijn karretje niet verder? Langs mijn rug voel ik een druppel zweet lopen. Ik durf niet te ademen en houd mijn adem in. Ik wil papa roepen, maar dat slaat nergens op, want hij is hier helemaal niet. Ik probeer de beugel van mijn buik weg te duwen en zet extra kracht met mijn duimen om mezelf omhoog te duwen, maar er komt geen beweging. Er zit niets anders op dan wachten.

Ik zit net als de WHAAAAA-man opnieuw zijn afgestorven ledematen laat zien. Een traan biggelt over mijn linkerwang. Mijn kiezen schuren over elkaar en af en toe klapperen mijn tanden. Ik schreeuw zo hard als ik kan. De lichten springen aan. Ik hoor een mannenstem iets omroepen, maar ik ben zo van slag dat ik niet weet wat hij zegt. Hij roept nog een keer. Ik spits mijn oren. ‘GHOST HOUSE STORING.’

O nee… nu zit ik nog langer in het spookhuis. Wat moeten papa en mama wel niet denken?

 

In de verte hoor ik een gil. Hé. Het lijkt wel alsof ik weer vooruit ga. Ik knijp mezelf met mijn duim in mijn arm. Het is geen grapje. In mijn nek voel ik allemaal glibberige slierten. Het voelt koud aan, alsof het dode huid is. De rillingen lopen over mijn rug. Dan gaat de bel en wordt het langzaam licht. Ik hoor een stem naast me. Een man tilt mij uit mijn karretje. ‘Is er niemand bij je?’

Ik schud van nee. Ik zeg dat ik alleen naar de kermis ben gegaan. We lopen naar de kassa en hij slaat zijn arm om mij heen. Hij wijst naar een stoel waar ik op mag gaan zitten. ‘Ik ben René. Je hebt vastgezeten in het Ghost House. Dat vond je vast erg spannend,’ praat hij tegen mij. Ik knik. ‘Kan ik je papa of mama bellen?’ vraagt René.

‘Mijn tas, mijn tas. Waar is mijn tas?’ antwoord ik hysterisch.

‘Die heb ik hier,’ zegt René.

Ik zoek in mijn tas naar mijn mobiel. Van de stress duurt het een poosje. Hebbes. Ik toets mijn viercijferige code in en geef de telefoon aan René. ‘Ik ga je vader bellen als je dat goed vindt,’ hoor ik hem tegen mij zeggen. De man loopt met mijn mobiel naar buiten. Ik krijg een suikerspin van een vrouw aangereikt die een veel te kort neon-groen rokje draagt. Normaal vind ik het maar klevende dingen, maar nu vind ik het heerlijk. Ik word weer wat rustiger.

De deur gaat opnieuw open en René komt binnen. ‘Je vader komt er nu direct aan.’ Met mijn rechterhand pak ik een brokje van het roze snoepgoed. Het plakt aan mijn middelvinger. ‘Hé, niet je middelvinger naar me opsteken,’ zegt René.

Voor het eerst krullen mijn mondhoeken in een lach. Ik lik met mijn tong mijn rechterhand schoon. De zoete smaak van de suikerspin plakt tegen mijn gehemelte. Als ik papa zie laat ik de suikerspin vallen. Ik open de deur en omhels mijn vader om zijn middel. Papa drukt mij stevig tegen zich aan.

Van de rest van de avond weet ik niet zoveel. Toen ik thuiskwam heeft mama douchespullen voor mij klaargelegd. Met mijn natte haren heb ik samen met papa voetbal gekeken. Een stuk minder spannend. Nederland speelde de bal alleen maar breed. Dan scoor je natuurlijk nooit. Misschien kan ik, van mijn laatste kermisgeld, maar beter met Jelle de kamelenrace doen. Ik stuur hem direct een whatsappje of hij zin heeft om morgen met mij mee te gaan.

 

Liefs,
Saskia

 

Wat vind je van mijn verhaal?

Ieder verhaal is geschreven vanuit mijn hart. Het is dan ook moeilijk om het de wijde wereld in te slingeren, want dan is het verhaal niet meer van mij alleen.

Als schrijfster denk je soms dat je een geweldig verhaal geschreven hebt. Als lezer kun je hier heel anders over denken. Ik vind contact met mijn lezers belangrijk. Als schrijfster word ik beter door heel veel te oefenen, maar ook door de reacties van jullie.

Ik beantwoord graag jouw vragen en/of reacties. Laat mij vooral weten wat je van mijn verhalen vindt.

Shopping cart
There are no products in the cart!
Continue shopping
0